16 oktober, 2025

Corinne Heyrman omarmt onbeantwoorde vragen

Tekst en interview: Tim Thomaes

 

Hoe gaat het met jou?

Het gaat wel goed. Het is de druk vanwege de verhuis en het werk. Het is een beetje chaotisch, maar op een goede manier.

 

Je bent in Antwerpen opgegroeid en je bent na je studie vertrokken naar Eindhoven. Wat heeft je terug naar hier gebracht?

 

Het was niet per sé het plan om terug te komen, maar ik ben wel blij om terug in België te zijn, hoewel het wel weer een omschakeling is na 8 jaar in Nederland te hebben gewoond. We wilden graag een huis met een werkplaats en op een niet te grote afstand van een stad, en dat hebben we hier gevonden. We hebben dus meer gekozen voor het huis dan voor het land.

 

Je bent met veel verschillende projecten bezig, waaronder een project met gedetineerden dat ‘Blocknotes’ heet. Je eerste schrijfgroep in Vught is gestopt in 2024 vanwege bezuinigingen, maar het project loopt online nog door voor ex-deelnemers. Hoe gaat het daarmee?


Ik vind dat echt geweldig. Eén van mijn eerste jobs nadat ik mijn studie woordkunst had voltooid was in de gevangenis in de Begijnestraat in Antwerpen, en daar heeft iets van die plek mij gegrepen. Het is een heel onkunstzinnige plek, want het gaat over boetedoening en reflectie, en ik vind het heel erg interessant om op die plek juist iets met kunst te doen. Tijdens het project begeleidde ik een schrijfgroep. Ik vond het heel fijn om te merken dat de mensen die daar belanden een afspiegeling zijn van de samenleving. Ze zijn erg verschillend van elkaar, terwijl de maatschappij er één beeld op plakt. Het is fijn om te zien wat literatuur kan betekenen voor mensen die op een moment in hun leven zitten waar ze reflectie kunnen, en vaak ook willen toelaten in hun leven. En ik hou ook van plekken waar mensen iets minder gefilterd en opener zijn dan in andere contexten, maar dat vind ik ook in andere projecten die ik doe.

 

Zijn gevangenen minder gefilterd?

 

Misschien hebben ze wel filters, maar ze worden wel iets opener als we werken binnen een thema. Voordien bleef er veel ongezegd, die schrijfgroep maakte ruimte voor hun gevoelens.

 

Spreek je vaak af met die schrijfgroep?

 

Maandelijks. Het zijn heel verschillende mensen. Ik neem altijd een tekst mee waar een thema aan ontleend word. We bespreken wat dat thema voor iedereen betekent en dan gaan we erover schrijven. Iedereen komt met heel andere dingen, dat delen we met elkaar en dan geven we feedback.

 


In de biografie op je website staat dit: ‘Een van de mannen uit die schrijfgroep in PI Vught zei ooit tegen haar: als ik hoor wat jij allemaal doet, kan ik me niet voorstellen dat jij jezelf echt kunt kennen. Daar wordt aan gewerkt.’ Welke dingen heb je de laatste tijd over jezelf geleerd?

 

Ik leer mezelf kennen door de mensen die ik interview, of door mijn research voor projecten. Alles wat ik maak begint eigenlijk buiten mezelf, bij een ander, en dan gaat het door mijn filter. Bij ‘Jassen voor beginners’, een theatervoorstelling die in juni in première ging, ging het over sterfelijkheid. In mijn voorbereiding heb ik daar veel mensen over geïnterviewd, maar uiteindelijk ging mijn tekst over het ziek-zijn van mijn moeder, hoe we overvalt werden door onze kwetsbaarheid. Zo werden de personen die ik interviewde mijn gidsen. Dat gebeurt wel vaker op die manier. Ik heb vorig jaar iets gemaakt dat toevallig ook over sterfelijkheid ging, maar meer specifiek over een hospice (red: palliatief centrum). Ik heb daar toen een tijdje verbleven als ‘vlieg op de muur’. Daar merkte ik hoe de dood een echt onderdeel is van de maatschappij, terwijl je dat als jonge persoon soms wegduwt. Ik merkte dat ik de dood ‘buiten het leven’ plaatste, omdat ik dacht dat iedereen dat doet, maar ik leerde dat ik de dood ook meer kan toelaten in mijn leven. Ik kan daar ook in oefenen.

Maar wat die gedetineerde toen zei was wel een eye-opener. Ik was aan het opsommen wat ik allemaal moest doen, en toen zei die dat. Zelf hebben ze zo veel tijd en daardoor leren ze zichzelf echt kennen.

 

Welke vragen stel je jezelf, of zou je aan jezelf willen stellen?

 

Ik ben altijd bezig met vragen of thema’s. Voor mijn tweede roman gaat het over hoe belangrijk kennis en wetenschap voor de mens is. Ik ben zelf een donorkind en ik weet hoe belangrijk het is om die informatie over waar je vandaan komt te achterhalen. Ik heb onderzocht hoe andere kinderen daarmee omgaan, hoe belangrijk het is om onze afkomst te kennen, en of het ook mogelijk is om te leven zonder die antwoorden. Dat zijn vragen die ik mezelf ook stel, maar waar ik geen antwoord op wil geven, want die vraag is juist heel interessant. Ik denk dat dat is wat ik doe: dat ik de nuance in de vragen zoek, en niet per sé de antwoorden.

 

Dat lijkt op een journalistieke manier van werken.

 

Ja, ik haal veel uit de echte wereld. Maar ik wil ook de fictie toelaten, want dat heeft het ook echt nodig.



Waarom heeft het fictie nodig?

 

Op die manier kan ik het beter begrijpen of plaatsen. Misschien dat ik mezelf zo ook eigen kan maken door het dichter naar mij toe te trekken. Ik vind het ook heel interessant hoe fictie en je eigen leven kunnen schuren, bijvoorbeeld in een voorstelling waar je niet weet wat echt of gefictionaliseerd is.

 

In je motivatiebrief voor Dans! Dichter! Dans! schreef je iets heel interessants: ‘Ik ben schrijver, theatermaker en podcastmaker, en eigenlijk vind ik dat er weinig verschil is tussen die drie titels’, omdat alles begint bij de taal. In een podcast vertelde je ook dat je de ‘foyer’ en het applaus bij een boek mist. Hoe leven die verschillende makers, de schrijver en de performer, samen in jou?

 

Ik probeer dat allebei op te zoeken. Met mijn debuut was het best bijzonder dat mij boek werd gelezen in huiskamers of slaapkamers, terwijl ik er zelf niet bij was. Door er een performatief luik aan te koppelen kan ik diezelfde tekst een andere vorm geven. Soms is dat wel een strijd of zoektocht. Je kan ook best beargumenteren dat iets op papier voor papier moet blijven. Maar ik voel me het meest comfortabel als het beide kan zijn. Ik hou er wel van als een zoektocht kan leiden tot meerdere uitkomsten.


Is het niet ook financieel interessanter voor je, om niet afhankelijk te zijn van enkel de boekverkoop?

 

Misschien wel, maar het is ook noodzaak. In de coronaperiode had ik bijvoorbeeld veel tijd om aan mijn debuut te werken, maar toen werd ik knettergek.

Is jouw manier van werken ontstaan als anti-reactie op die periode?

 

(Lacht) Misschien wel, maar ik heb er veel van geleerd. Zoals die gedetineerde het zei, misschien heb ik die veelheid inmiddels omarmd.

 

Je hebt de try-out van die voorstelling met trompettist Milan Mes bij ons gedaan. Welke inzichten uit dat experiment bij Dans! Dichter! Dans! heb je daadwerkelijk meegenomen naar de uiteindelijke performance?

 

Wel veel! Het was in de coronaperiode, en lang geleden dat ik had gespeeld. Het was fijn dat ik dat nog eens kon doen, en kon onderzoeken of de tekst zich er wel voor leende om te performen met muziek.

 

Was er iets dat tijdens de try-out totaal anders uitpakte dan verwacht?

 

Het was best een zwaar thema, vooral met die specifieke tekst waarin ik diep in de ontregeling duik. Ik wist niet hoe het voor mij ging zijn, maar ook niet voor het publiek. Maar het werkte, en dat heeft mij vooral inzicht gegeven in hoe ik het toch theatraler kon maken. Daar ben ik na Dans! Dichter! Dans! ook nog in gegroeid, maar de voorstelling is niet rigoureus veranderd.

 

Hoe kijk jij naar performances in het literaire veld?

 

Ik geef les aan Creative Writing op ArtEZ, waar we dat ook onderzoeken. Je hebt als schrijver nu eenmaal te maken met literaire podia, want dat is de plek waar je je werk kan tonen. Het probleem is dat je je roman daar niet kan tonen, want niemand kan 300 pagina’s lezen op zo’n festival. De vraag is dus hoe je zo goed mogelijk een boek kan omzetten, behalve door gewoon een stuk eruit voor te lezen. Dat is iets dat ik onderzoek met studenten, maar ook met mezelf. Maar ik ben wel blij met de ontwikkelingen die ik zie. Tien jaar geleden waren het alleen maar lange monologen en dat is al lang niet meer zo, dus dat valt goed mee. Ik vind dat Explore The North bijvoorbeeld een heel divers aanbod heeft, en er zijn veel andere festivals zoals het Wintertuinfestival. Toch komt het wel vaak neer op de grote schrijver die een lange lezing of een interview komt geven. Misschien kunnen we toch meer experimenteren, samenwerkingen met rappers, muzikanten of andere makers, zonder dat die gevestigde schrijvers daar plek voor moeten maken. Naast elkaar. Het zou de literatuur wel rijker maken, want het boek is er al en dat kan gelezen worden.

Ga je veel naar festivals om te kijken?

 

Ja, maar ik zou het liever nog veel meer willen doen. Het is vaak moeilijk te combineren met mijn werk.

 

Dus binnenkort komt je tweede roman eraan?

 

Eerst komt er in januari nog een non-fictie boek met Jante Wortel. Dat gaat over de eetproblematiek die in allebei onze debuutromans zit; over hoe de maatschappij daarmee omgaat. Het is ontstaan uit een briefwisseling, maar ondertussen is het dat niet meer. Het zijn bespiegelingen die we om en om schrijven. Dat project is net afgerond. Mijn tweede roman zal waarschijnlijk voor januari 2027 zijn.

 

Zullen dezelfde thema’s daarin terugkomen?

 

Het gaat vooral over de term ‘familie’, maar ook opnieuw over onderwerpen waar moeilijk over gesproken wordt. Ik denk dat het ook niet per sé gaat over de mens in de marge, maar over het hele menselijke. Dat klinkt vaag natuurlijk, maar het kwetsbare van de mens zit er wel opnieuw in. Het is ook fragmentarischer dan het vorige, en dat schept ook afstand tot wat ik aan het schrijven ben. Het gaat over hoe je kan omgaan met een kinderwens die niet in vervulling gaat. Kun je heimwee voelen naar iets dat niet bestaat? Het gaat zowel over waar iemand vandaan komt, als waar die persoon naar toe gaat.

 

In het interview na je debuut zei je dat je als reactie op de intieme ik-persoon zin had in een boek met veel personages. Is je nieuwe boek die stap geworden?

 

In mijn eerste versies wel, maar uiteindelijk is dat helemaal niet gelukt! De ik-persoon heb ik wel losgelaten. Als ik optrad met ‘ik’, dacht iedereen dat het over mij ging in plaats van mijn hoofdpersonage.

 

Ik ben benieuwd. Waar zit je nu in het proces van dat boek?

 

Het bestaat uit twee delen en ik heb nu het eerste deel afgerond. Na ettelijke versies is het helderder dan wat ik ooit heb geschreven.

 

Hoe verloopt jouw schrijfproces?

 

Het proces is langer, omdat het drukker is, maar het schrijven gaat wel vlotter. Het is echt fijn. Bij zo’n debuut is alles voor het eerst, en je bent maar aan het spartelen zonder de rand te raken. Nu is het nog altijd een proces dat soms verandert, maar je weet al beter hoe je zelf werkt, en dat is heel fijn aan dit proces. Ik moet er elke dag aan kunnen werken. Soms is er een periode waarin ik met andere dingen bezig ben, maar dan is het belangrijk dat ik er toch elke dag in duik.

 

Luister je naar muziek tijdens het schrijven?

 

Meestal vind ik stilte het fijnst, maar soms luister ik naar klassiek: Arvo Pärt, dat soort dingen. Ik luister vaak ook repetitieve muziek zoals Philip Glass of zo. Eigenlijk luister ik het vooral om te kunnen blijven doorgaan, omdat die muziek ook maar blijft doorgaan.

 

Je hebt in je vorige roman de dynamieken van de personages vergeleken met een jazztrio, waar kwetsbaarheid en samenspel essentieel zijn. Wat voor band vormen de personages in je tweede roman?

 

Zeker geen jazztrio. De taal is iets beniger. Misschien toch meer klassieke muziek.

 

Arvo Pärt?

 

Ja, misschien heb ik het iets te veel geluisterd.

 

Je vertelde eerder dat je in je maakproces vragen graag onbeantwoord laat, en dat thema speelt dus ook een rol in je tweede roman. Hoe slaag je erin om onbeantwoorde vragen te omarmen in een wereld die voortdurend om verklaringen en zekerheden vraagt? Is dat een spier die je traint?

 

Ik geef wel antwoorden, maar het zijn er gewoon heel veel, doordat ik veel perspectieven toelaat. In ‘Jassen voor beginners’ verzamel ik bijvoorbeeld ideeën over sterfelijkheid van verschillende personen, zoals een staatsvijand, of iemand die net iemand is verloren. Ik vind het leuk om een beetje buiten mezelf te zijn. In onze maatschappij vinden we het heel normaal om ergens iets van te vinden, maar ik vind het juist leuk om die perspectieven met elkaar te vermengen. Misschien is dat een spier die ik train, maar ik denk dat ik het beter kan in mijn werk dan in mijn persoonlijke leven.

 

Hoe zouden mensen die geen kunst maken dat kunnen doen?

 

Ik denk niet dat ik het ze kan leren. Het is eerder een manier van zijn dan een oefening. Sommige mensen in bepaalde beroepsgroepen kunnen dat goed, zoals welzijnswerkers of sociaal werkers. 

 

Misschien door een boek te lezen?

Het is niet mijn bedoeling om mensen die mijn boek lezen een beter mens te maken. Ik ben geen stichtend schrijver, maar ik geloof wel heel erg in het effect dat het kan hebben. Als ik aan tafel zit met tien gedetineerden om over ‘hoop’ te praten levert dat al meteen veel perspectieven op. Mijn werk vertrekt vanuit mijn interesse voor mensen.

 

Zijn er nog grote droomprojecten die je ooit wil verwezenlijken?

 

Nee, ik hoop dat ik de dingen die ik nu doe altijd kan blijven doen. Ik vind het nu allemaal heel fijn: een boek waar je helemaal in duikt, theatrale projecten en audioprojecten. Die sociale projecten heb ik ook echt nodig en vind ik ongelooflijk leuk. Ik heb vooral een wishlist van vragen en onderwerpen waar ik iets mee wil doen.

 

Schrijf je die ergens op?

Nee, ik plak ze niet op de koelkast, die zitten gewoon in mijn hoofd. Die vragen zijn te groot en niet concreet genoeg om op te schrijven.

 

Heb je jezelf met je antwoorden vandaag ergens mee verrast?

 

Ja, dat ik eigenlijk niet weet wat ik over vijf jaar zou willen doen, maar dat ik wel die thema’s in mijn hoofd heb. En waar we daarnet op uitkwamen, dat ik die veelheid moet omarmen. Het klassieke idee van de schrijver die alleen achter zijn bureau zit te schrijven en niets liever doet maakte me wel onzeker. Ik heb geleerd dat ik niet hoef te kiezen tussen één van die drie disciplines. Dat heeft me rust gebracht.

 

Bedankt voor dit gesprek!