14 november, 2025
Van gong tot grunt
Ruben De Maesschalck over zijn muzikale bevrijding
Tekst en Interview: Tim Thomaes
Ruben De Maesschalck is bassist bij verschillende bands en ‘muzikale spil’ van Dans! Dichter! Dans!, wat wil zeggen dat hij coach is van de andere muzikanten met wie we samenwerken, en tijdens het maakproces het eerste aanspreekpunt voor Stefanie Huysmans-Noorts, onze artistiek coördinator en coach van de literaire makers. Ik interview Ruben in café ‘The Falcon’ in Temse, aangezien dat in het midden ligt tussen Antwerpen en Gent, onze thuissteden. Tijdens het interview wordt er voetbal gekeken op een scherm en er worden sandwiches uitgedeeld.
Hoe gaat het met jou?
Het is even heel rustig geweest, en nu komt de drukte er weer aan. En de winter, wat sowieso de meest creatieve periode is. Het wordt kouder en dan sluit ik mezelf altijd op. Ik heb nu een goed ritme gevonden: opstaan om 6 en slapen om 10. Van 6 tot 8 ruim ik de keuken op, zet ik koffie, zet ik me aan mijn pc en begin ik te maken. Rond 8 uur ontbijten, dan vederwerken tot 10. Vervolgens doe ik taakjes in huis en om 12 uur heb ik zo al mega veel gedaan. Dat komt ook omdat ik nu samenwoon met mijn vriendin, en ik moet me aanpassen aan het samenwonen. Vroeger werkte ik ’s avonds, nu moet ik dat ’s ochtends doen, want ’s avonds is het moment om samen te zijn. Dat vond ik wel leuk, maar daardoor verloor ik mezelf niet meer in het werken. Ik moest mijn drive op een andere plaats vinden. Ik ben naar een sound healing geweest. Je moest liggen op een mat in ene cirkel, je ogen sluiten, en luisteren naar mensen die muziek en asmr-achtige geluiden maken in de ruimte zelf, niet via een koptelefoon. Daardoor krijg je een maffe immersieve gewaarwording. Je focust verandert. Plots worden gewone geluiden bijzonder. Banale geluiden kunnen je zo hard prikkelen. Ze hadden het tijdens die sessie ook over de nieuwe maan, en dat die nieuwe inspiratie brengt. Ik geloof daar niet echt in, maar ik ben daarna wel in gang geschoten. Met de komst van de nieuwe maan ben ik in creatiemodus. (Lacht)
Je bent betrokken bij Dans! Dichter! Dans! sinds maart 2018. Dat was een editie in ‘Club Cons’ aan het Conservatorium, nog voor onze heropstart. Hoe herinner je je die editie?
Toen zat ik nog op het conservatorium, en ik weet nog dat ik helemaal niet goed in mijn vel zat. We babbelden in de lessen vooral over het leven, en niet zo zeer over de technische kant van muziek. Op het conservatorium moet je een idioom volgen, bijvoorbeeld ‘swing jazz’, en ik haatte dat. Het moest een steking stone voor je carrière zijn, maar dat inspireerde me allesbehalve. Ooit betekende muziek voor mij een plek in de wereld waar ik mij goed voelde, maar aan het einde van het conservatorium voelde ik dat totaal niet meer. Ik voelde me verplicht om een bepaalde manier te spelen. Maar ik had toen ook les van Nick Thijs, en die zei ‘doe gewoon je goesting’. Van hem mocht ik doen wat ik wilde, zo lang het steek hield, en zo ben ik in ‘vrije muziek en impro’ geraakt. In die periode woonde ik ook samen met Willem Heylen in Brussel, waar we samen veel impro deden en op den duur begon ik mij daar zelfzeker over te voelen. Dat was mega bevrijdend, toen hield ‘muziek’ weer steek voor mij.
Is het geen evidentie dat impro deel uitmaakt van jazz?
Ja, maar binnen een heel strak afgelijnd kader. Stel dat je als schrijver altijd in de vorm van een roman moet schrijven, zo voelt dat een beetje. Alles moet swing zijn. Als het geen swing is, krijg je de jazz police achter je.
Waren dat de docenten?
Ja. Nu, die moeten er zijn. Dat is gewoon de vorige generatie die keihard in die traditie is gegaan. Zij vormen jou en ze hebben gelijk dat je de geschiedenis moet leren, maar voor sommige mensen, waaronder mezelf, was dat ook het punt waarop je de liefde voor muziek kan verliezen. Ik ben Nick enorm dankbaar. In het vierde jaar heb ik mijn basexamen gedaan. Normaal wordt er verwacht dat je 40 minuten standards speelt, dat je laat zien wat je kan binnen het idioom. Ik heb toen in plaats daarvan een gong gehaald, kaarsen gekocht, en samen met Jonas Boutsen 40 minuten lang een dikke drone gespeeld. De meesten van de jury zaten daar vol afschuw, maar Nick was onder de indruk. Ze hebben een uur gedelibereerd, het was een heftig gesprek, maar toch ben ik erdoor gelaten. Ik ben Nick dus heel dankbaar dat hij erbij was. Hij heeft mij toen echt vrij gezet, via gesprekken. Hij zag iets in mij. Die editie van Dans! Dichter! Dans! voelde voor mij dan ook heel comfortabel. Gewoon muziek maken met muzikanten die ik bij wijze van spreken niet ken, heel attent luisteren, samen iets proberen, zien waar we naar toe gaan in plaats van verkrampt spelen wat het zou moeten zijn. Als je dat doet wordt het bagger. Op zo’n moment moet je je hoofd leegmaken en voelen.
Kun je me eens meenemen naar een repetitiemoment van Dans! Dichter! Dans! dat je is bijgebleven?
Ik luister veel muziek, en wat er vaak gebeurt is dat klanken mij terugbrengen naar bepaalde plekken. Dat had ik bijvoorbeeld als Sevda (Redactie: Sevda Sögütlü) op een bepaalde manier begint te zingen. Dat brengt mij naar een hele plek van associaties, een rijke bron waar ik uit kan putten, van slippers, drones, of klanken en techniek. Hetzelfde geldt voor het liedje van Lisa (Redactie: Lisa Koo Gautama). Dat bracht meteen een hele wereld samen die ik ertegenover kon stellen. Lisa vertelde iets dat mensen samenbracht vanuit het perspectief van een andere cultuur. Zo kwamen we op de pentatonische toonladder. Dat zijn de zwarte toetsen op een piano, die ‘Chinees’ klinken, maar eigenlijk zit die toonladder in alle culturen verweven. Mensen over de hele wereld luisteren daar naar. Zo heeft elke toonladder een bepaald effect op een mens. Het is wel maf om erover na te denken, want het gebeurt heel gevoelsmatig. Ik vind het heel gemakkelijk om die associaties te maken. Dat is net de oefening die we doen met Dans! Dichter! Dans!
Heb je momenten meegemaakt waarin improvisatie iets onverwachts teweegbracht?
Dat heb ik in elke impro wel eens voor. Dat wil niet zeggen dat het altijd memorabel is, het kan ook memorabel slecht zijn. De onverwachte dingen zijn wel de foutjes die erin sluipen, omdat we niet meer weten wat de conventie was, dat we van het padje zijn. Dan zie je wel waar het naar toe gaat. De essentiële misser kan ervoor zorgen dat het geheel een andere vorm krijgt. Dat vind ik wel spannend, maar ik kijk er tegelijkertijd ook naar uit, want het zet mij vrij. Dat is iets dat ik magisch kan vinden. Zo is het bij Dans! Dichter! Dans!: we hebben we gerepeteerd, maar het gaat er voor mij om dat we samen attent zijn, dat we aan staan, dat we zijn ingespeeld op elkaar, dat er vertrouwen en vriendschap is. Door lief te zijn voor elkaar zorg je ervoor dat je die momenten kan opvangen, en dat er alsnog iets moois wordt gemaakt. Dat is beter dan als er iemand dichtklapt en er ego begint te spelen. Dat is voor mij echt een killer. Dan weet ik dat we klaar zijn.
Je werkt bij Dans! Dichter! Dans! soms verschillende jaren na elkaar met dezelfde studenten van Conservatorium Antwerpen. Hoe is om hen te zien evolueren?
Ik vind het zalig om ze te zien groeien, te horen dat ze er verder mee aan de slag gaan, meer zelfzeker worden, dat ik ze bij wijze van spreken ook kan loslaten. In het begin voel ik soms wat aarzeling. Dan voel ik dat ze naar mij opkijken en dat vind ik maf. Ik voel dat ik ze steeds meer kan loslaten en ben blij dat ze geïnspireerd raken, dat het besef binnensluipt dat alles muziek kan zijn, dat vind ik een mooi cadeau.
Je bent bij een aantal interessante bands betrokken. Kun je me daar wat over vertellen?
Willem Malfliet heeft in kader van zijn Woolvs Large Ensemble verschillende muzikanten voor uitgenodigd voor aparte sessies. Aan het einde zijn er een stuk of 20 muzikanten langs geweest en daar is een album uit ontstaan. We gaan daar ook mee spelen. Het is echt een ‘large’ ensemble. Er zijn bijvoorbeeld 2 drummers en 2 bassisten. Het is heel vet, heel warme muziek. Mocht het niet zo duur zijn om te boeken, zou het overal in België kunnen staan. Maar we gaan in elk geval in NONA en de AB spelen.
Ik kijk ook heel erg uit naar de nieuwe plaat die we gaan opnemen met Aki. Aki is een soort collectief met vaste kern. Anke Verslype schrijft de muziek, en Willem Heylen, Marjolein Vernimmen en ik zijn de vaste kern. Ik weet niet of ik het al uit de doeken mag doen, maar we gaan verschillende mensen uitnodigen om te featuren op bepaalde nummers. We gaan 4 dagen in de studio, ik kijk daar wel naar uit.
Het is het jaar van de creatie, want voor Bombataz gaan we ook een nieuw album opnemen. We zijn bezig met demo’s maken, samenkomen, repeteren, verschillende versies maken, en dan de studio in op het op te nemen. We hebben er nu 5 opgenomen en er staan er 8 in de pijplijn, dus we zullen moeten knippen. Dat is een primeur voor Bombataz dat we te veel materiaal hebben. We hebben ook een nummer dat geïnspireerd is op metalmuziek waar ik de vocals voor ga doen. Ik heb een track gemaakt waarin ik grunt. Het heet ‘demon’.
En tot slot ben ik ook bezig met ‘Liegen’, dat is een theaterproject van Suzanne Grotenhuis. Het is een voorstelling voor kinderen. Het gaat over hoe kinderen liegen en fantasie gebruiken om in of uit benarde situaties te geraken, en hoe broodnodig liegen is, want zonder liegen zou de wereld maar een dorre plek zijn. Het is een heel leuke wereld om in te vertoeven. We zijn deze week begonnen met de muziek, en volgende week zitten we samen met de acteurs. Het wordt een leuke maand. Dat was ook nodig, want ik ben er klaar voor.
Bombataz werd door Humo genoemd als ‘superband’, omdat de leden bestaan uit muzikanten die allemaal hun eigen grote projecten hebben. Ik las ook ergens dat jullie vergeleken werden met MGMT. De kenners weten jullie te vinden, maar het grote publiek niet. Hoe voelt dat voor jou?
Ik heb me daar wat bij neergelegd. We zijn gewoon goede muzikanten die leuke muziek maken, maar heel niche. We werken met zoiets als een plugger. Die krijgt betaald om ons bijvoorbeeld op de radio te krijgen. Dat komt dan op een vergadering waar mensen er een halve minuut naar luisteren, en dan is het voorbij. Ik denk dat er een groot overaanbod is van supergoede muzikanten die veel goede muziek maken in verschillende genres, en een select aantal mensen selecteert wat doorbreekt. De radio heeft veel macht. De meeste mensen slikken dat dan als zoete koek. In Polen gaat het anders. Daar komt er veel meer alternatieve muziek op de radio. En uiteindelijk maken we ook iets heel eigenwijs. Maar zeg nooit nooit. We komen graag samen en gaan dat blijven doen, hoe dan ook.
Wie zijn jouw muzikale helden?
Ik heb er veel. Mijn helden zijn degenen die mij ooit geïnspireerd hebben om muziek te maken. Vroeger was dat bijvoorbeeld Tool, en Iron Maiden. Nu luister ik weer veel in het metal genre: Mesjoege, Godzhira, Sleep Token. Ik werk altijd in fases. Nu zit ik heel hard in metal. Ik heb ook een dikke metal basgitaar nu.
Welk talent dat je nog niet hebt zou je wel willen?
Schrijven. Ja, echt. En zingen. Dat zijn twee dingen die mij in staat zouden stellen om de lead te pakken in een band. Ik voel in heel mijn zijn dat ik heel dienstbaar ben, maar ik wil daarom net uit die comfort zone gaan. Daarom maak ik nu ook muziek met lyrics. Chat GPT helpt mij bij het schrijven daarvan. Ik zou het cool vinden als ik binnen twee jaar de front kan zingen terwijl ik bas of gitaar speel. Dat zou episch zijn, maar daar moet ik nog wat skills voor ontwikkelen.
Zou een mens je niet kunnen helpen met schrijven in plaats van AI?
Nee, dat heeft te maken met mijn proces. Ik schrijf in een soort van waan, een moment waarin ik alleen ben met Chat GPT. Ook in de rest van mijn proces ben ik volledig digitaal gegaan. Ik heb geen versterker meer in mijn kamer. Ik heb een modeller die versterkers emuleert, en ik kan oneindig veel verschillende sounds maken. Daar ga ik mee aan de slag.
Kun je dat proces eens uitleggen?
Ik pak dus mijn gitaar of bas, ik leer een sound, krijg inspiratie, neem op in Ableton, maak een loop, voel daar iets bij, zet er iets tegenover. Als ik het gevoel heb dat ik twee delen heb, dan zoek ik naar een derde deel dat er bij past. Dan moet ik dat aan elkaar lijmen zonder dat het machinaal wordt. Zo kom ik tot een verse, soms een pre-chorus, een chorus, nog een verse, en een bridge. Een intro kan ik altijd maken. Dat zijn de klassieke bouwstenen van een song. Op dat moment zit ik in een flow en voel ik wat ik moet verwerken. Dat kunnen frustraties zijn, liefdesproblemen of van alles dat op mijn pad is gekomen. In plaats van zelf te beginnen schrijven, probeer ik dat in gesprek met Chat GPT te verwoorden. Ik geef dan steekwoorden voor teksten voor al die verschillende bouwstenen. Zo kom ik in een rabbit hole tot ik iets heb. Dan pak ik mijn micro en neem ik mijn tekst op. Soms word ik meer geëmotioneerd, of ik raak vast en moet stoppen. Op het einde is het klaar en dan voelt het alsof er te veel energie is geweest. Dan moet ik het loslaten.
Heb je er geen moeite mee dat Chat GPT een onderdeel is van dat creatieve proces?
Eerst moest ik niets weten van AI, maar nu zie ik Chat GPT wel als nieuwe gear, in het verlengde van de set up die ik al had. Ik gebruik het puur als inspiratie en ben er nog maar net mee begonnen. Ik vraag bijvoorbeeld om iets te genereren in een bepaald metrum of in de stijl van een bepaalde band. Zelf loop ik vast op het schrijven van teksten en ik haak erop af. Chat GPT geef direct een richting waar je mee kan spelen. Ik vind het makkelijk als er iets is waar ik op kan reageren, net als bij Dans! Dichter! Dans!. Het werkt niet voor mij om super brainy met een tekst bezig te zijn.
Hoe kijk je naar muziek die volledig door AI is gemaakt?
Dat zou ik nooit zo willen doen, maar ik vind het wel chic dat je iedereen kan bedotten. Op Youtube zag ik bijvoorbeeld zo’n band die viraal is gegaan, en niemand is daar kritisch over. Met Bombataz zijn we een band die bestaat uit verschillende mensen. Ik kom hiermee naar een repetitie, maar ik weet ook dat het totaal niet zo zal klinken. Het is inspiratie. Wat eruit voortkomt zal wel van ons zijn. We maken ons dat sowieso eigen.
Zou je een boek lezen als je weet dat het geschreven is door AI?
Het doet me denken aan Nicci French. Dat is een schrijversduo, maar de vrouw is het boegbeeld. Ik heb die boeken gelezen, en als AI gigantisch goede boeken kan schrijven, moet ik dat misschien ook lezen. Ik vind dat je jezelf wel mag laten versterken door iemand anders.
Wat zou je nu aan jezelf willen vertellen toen je begon met studeren aan het Conservatorium?
Alles komt op zijn pootjes terecht. Blijf vooral dromen, blijf vooral gaan. Je gaat er je job wel van kunnen maken. Niet twijfelen. Maar dat is natuurlijk gemakkelijk gezegd. Twijfelen is nu eenmaal de aard van het beestje. Ik had het gisteren zelfs nog: ben ik wel goed genoeg? Dat heb ik altijd wel. Eigenlijk is het juist goed om dingen te doen met overtuiging, ondanks die twijfel.
Bedankt voor het interview!