23 oktober, 2025
In gesprek met Mel Asselmans:
‘Als schrijver begin je altijd opnieuw.’
Tekst en interview: Tim Thomaes
Mel Asselmans stond bij onze eerste editie na onze heropstart op ons podium en nadien is ze ook achter de schermen actief geweest, onder andere als interviewer in onze podcast Interlude. Nu mag ik haar interviewen. We spreken af in haar appartement in Brussel, waar ze binnenkort uit zal verhuizen.
Hoe gaat het met jou?
Ik vind dat altijd een heel moeilijke vraag, omdat mensen daar vaak hetzelfde op antwoorden met ‘ça va’, of ‘goed’, maar er zitten heel veel lagen in. Op dit moment gaat het op heel veel vlakken goed met mij. Sinds een jaar heb ik een nieuwe job die ik graag doe, ik heb een appartement gekocht, ik ben aan het daten met een toffe vrouw, en ik heb een camionette gekocht die ik ga ombouwen tot camper. Daar ben ik een droom van mij mee aan het najagen. Wat dat allemaal betreft gaat het beter dan een jaar geleden.
En met het schrijven?
Bij die vraag voel ik meteen een angst opkomen (lacht). Ik heb het gevoel dat ik terug in de startblokken sta. Dat was ook de reden voor mij om mij aan te melden voor ‘Elk verhaal begint’, een project van Literatuur Vlaanderen voor beginnende schrijvers. Ik was in zekere zin geen beginnende schrijver, want daarvoor schreef ik jaarlijks zo’n 90 gedichten, en ik stond op veel podia, maar dat stopte plots. Na een bepaald optreden was ik ineens leeg, en had ik er geen zin meer in. Ik kreeg angst om iets te schrijven.
Wat was er gebeurd?
Ik besef nu dat ik een creatieve burn-out heb gehad, gepaard met een soort burn-out of bore-out in mijn persoonlijke leven. Sindsdien ben ik nog steeds niet op hetzelfde niveau als daarvoor, en dat maakt me nog steeds heel angstig. Ik heb het gevoel dat ik mij geen schrijver mag noemen, omdat ik dit jaar nog maar 5 gedichten heb geschreven. Tijdens de groepssessies van ‘Elk verhaal begint’ is dat ook naar boven gekomen. Ik heb het gevoel dat ik niet genoeg presteer of produceer, en dat ik op een gegeven moment door de mand zal vallen. Ik merk dat anderen daar ook mee worstelen. Er is een spanning tussen creëren om het creëren zelf en creëren om te delen. Het moet ook allemaal opbrengen en prijzen winnen en veel volk bereiken. Inmiddels heb ik er zelf wel een rust in gevonden. Ik weet dat ik niet aan hetzelfde tempo als vroeger hoef te schrijven, maar aan de andere kant mis ik het. Maar ik mag niet klagen op dit moment in mijn leven. Als je mij deze vragen begin dit jaar had gesteld had ik waarschijnlijk liggen wenen, en nu is er zo veel gebeurd in 9 maanden dat ik wel kan zeggen dat ik gelukkig ben.
Dus dat is allemaal in 9 maanden gebeurd?
Wel, mijn mama zegt altijd dat alles in golven komt. En het gebeurt als je niet aan het zoeken bent.
Zit er een einddoel vast aan ‘Elk verhaal begint’?
Nee, er wordt geen eindproduct verwacht. Dat geeft mij rust. Aan de andere kant is het wel een traject met een literaire coach, en ik heb het gevoel dat ik niet genoeg schrijf om iets aan die coach voor te leggen, wat een vicieuze cirkel creëert.
Wat betekent ‘beginnen’ voor jou?
Door wat ik heb voorgehad, is dat veranderd. Ik denk nu dat je als ‘schrijver’ of ‘kunstenaar’ altijd opnieuw begint. Laatst was ik naar een lezing van Chimamanda Adichie. Die zei dat haar boek was uitgekomen nadat ze 10 jaar niet had kunnen schrijven. Ik vond dat heel pijnlijk voor haar, maar toch luchtte het op om te weten dat zelfs de grote schrijvers ook worstelen met hun identiteit als schrijver, de kwaliteit van hun werk, en hun dagdagelijkse bezigheid. Laatst werden we met Elk verhaal begint uitgenodigd bij Het Letterenhuis waar we het archief mochten induiken. We mochten een schrijver kiezen, en ik koos Leonard Nolens. Ik dacht dat ik een schrijver zou vinden die wist wat hij deed, iemand die gewoon getalenteerd was, een idee had, en hup daarvoor ging. In zijn archief vond ik het tegenovergestelde daarvan. Ik heb een ongelooflijk kwetsbaar mens gezien die ook worstelt met eenzaamheid en teleurstelling, en het idee dat hij niet goed genoeg is, of dat zijn schrijven niet goed genoeg is. Dat raakte mij zo hard, omdat je zo toch maar blijft beseffen dat elke kunstenaar een beetje aan het proberen is om alles wat erin zit naar buiten te brengen en de wereld een beetje begripvoller te maken. Ik denk dat dat is wat kunst doet, die harde wereld waarin we leven toch iets begrijpelijker en zachter maken.
Hoe kijk je in dat opzicht naar de grotere instituten? Wat zou ‘het literaire veld’ daaraan kunnen veranderen?
Er zijn organisaties zoals SpeakEasy die heel goed beseffen hoe het werkt, en elke maker beschouwen als een waardevolle maker, of dat nu een ‘beginnende’ of ‘gevestigde’ maker is. Ik weet niet hoe andere instellingen dat kunnen teweegbrengen. Ik denk dat ze erin vastzitten, zoals we allemaal meedraaien in een kapitalistisch systeem. Daartegenover staan collectieven zoals Hyster-X of Fixdit die zich ervoor inzetten om aan oude ideeën nieuwe definities te geven.
Je hebt meegedaan aan onze eerste Dans! Dichter! Dans!-editie na de heropstart, en daarna ben je achter de schermen op verschillende manieren betrokken gebleven. Hoe heb jij de evolutie van ons platform ervaren?
Vanwege de covid-periode was het een soft launch, en daarna is het stilletjes aan groter geworden. Ik denk dat Dans! Dichter! Dans! Nog heel veel kan waarmaken, maar dat het doel van mensen samenbrengen en stemmen die weinig worden gehoord een kans geven al op een mooie manier behaald is. Door achter de schermen te werken, merk ik dat de warmte voor elkaar, elkaar het beste gunnen en plezier willen maken er altijd is geweest. Het is belangrijk dat dat centraal blijft staan, en dat er geen prestatiedrang bij komt kijken. Dat is ook gebeurd, ondanks dat het platform wat is gegroeid. Het zou fijn zijn om het nog eens in Brussel te doen, want ik denk echt dat daar een markt voor is.
Hoe was het om in het selectiecomité te zitten? Vond je het moeilijk om keuzes te maken?
Het was een heel leerrijke ervaring. De keuzes waren heel subjectief. Aangezien mijn eigen relatie met schrijven moeilijk ligt, vond ik het ook moeilijk om te oordelen over de teksten van anderen. Gelukkig kon ik daar in de groep openlijk over spreken. Er werd gezegd dat die subjectiviteit er altijd is, en dat ik heel geschikt was om de selectie mee te maken. Dans! Dichter! Dans! Streeft er ook altijd naar om de tijd te nemen om echt naar die teksten en video’s te kijken. De selectie ontstaat niet ‘vite fait’, maar er wordt echt de tijd voor genomen. Je wordt heel kwetsbaar door je kandidaat te stellen, want je kan altijd te horen krijgen dat het niet goed was, maar we proberen daar zo veel mogelijk zorg voor te dragen.
Je bent ook dagcoördinator geweest tijdens onze festivals. Wat is je daarvan bijgebleven?
Ik heb een beetje de naam ‘Mama Mel’ gekregen. Ergens was dat terecht, want je wil natuurlijk dat alles goed gaat en dat iedereen op tijd en stond klaar staat. Er waren wel eens crisismomentjes, ik herinner me een editie waar één van de schrijvers vast zat in het verkeer, of als de technieker plots verdwenen was, maar dat werd altijd snel uitgeklaard. Het komt altijd goed. De feedback van de schrijvers was dat ze het altijd heel fijn vonden om de ondersteuning te krijgen die ze nodig hadden. Het mooiste moment was altijd om de schrijvers stralend van het podium te zien komen, met zo’n voldaan gezicht. Dat was superleuk.
Daar stopte het niet, want je organiseerde ook onze podcast ‘Interlude’. Hoe was dat om te doen?
Ik herinner me de aflevering met Alex Deforce en Margot Timmermans als een hele fijne, mooie aflevering.
Je interviewde daar deelnemers van onze festivaledities. Zag je een rode draad in hun ervaringen?
Ik merkte daar dat elke schrijver worstelt met schrijven. Wat ik ook heb geleerd is dat, als je schrijvers bij elkaar zet, ze elkaar vaak onderling aanmoedigen. Dat verwarmt mijn hart heel hard.
Zou je dat opnieuw willen doen?
Ja, eigenlijk wel, misschien in een andere vorm, maar tout court, ja. Ik denk wel dat interviewen goed werkte. Er bestaan podcasts over muziek of poëzie, maar wat wij deden was volgens mij uniek. Ik vind het idee heel aantrekkelijk dat het in een podcast kan mislopen. Wat er gebeurt, ontstaat spontaan. Ik zou geen radiopresentator willen zijn, want als je daar iets verkeerds zegt, heb je het live gedaan.
Welke drie woorden zou je gebruiken om Dans! Dichter! Dans! aan iemand anders te beschrijven?
(Denkt na.) Vertrouwen, aanmoediging, en noodzaak.
Je zit ook bij Hyster-X, een platform voor gemarginaliseerde gendered woordkunstenaars. Vind je daar ook die dynamiek die je aanhaalde van schrijvers onder elkaar?
Ja, heel hard. Ik heb het al vaak gezegd, maar schrijven is een heel eenzaam vak. Het is een omgeving waar competitie niet aanwezig is. In plaats daarvan heerst er aanmoediging, zusterschap. Het hoeft niet alleen zo te zijn dat je zelf moet aantonen dat je de beste bent. Het hoeft niet ‘ieder voor zich’ te zijn. We pleiten meer voor het idee dat je in de schrijverswereld, of de kunstenaarswereld, ook narratieven kan creëren van collectiviteit, van samen naar iets toewerken, samen strijden. Waarom komen we niet samen? Ik denk dat dat idee steeds meer, en zeker bij jongere schrijvers, terrein begint te winnen.
Je werkt nu als opbouwwerker voor SAAMO, nog zo’n rol waarin je deel bent van een community. Heb je daar bewust om die reden voor gekozen?
Ja, je werkt met precaire groepen mensen. Dat is pittig, maar tegelijk op veel manieren ook warm. Er is zowel een communitygevoel bij onze doelgroepen, als bij mijn collega’s. Dat is iets waar ik in floreer.
Je hebt daar duidelijk talent voor.
Ja, ik werk daar nu een klein jaar. Als mensen vragen hoe het gaat in mijn job, dan zeg ik ze altijd dat ik het keitof vind. Mensen zijn verrast om dat te horen, ook omdat ik altijd hetzelfde antwoord. Ik weet niet of ik voor altijd op dezelfde plek zal werken, maar dat weet je nooit.
En intussen schrijf je verder. Onlangs postte je weer een gedicht op je Instagram-account.
Ja, maar het afwerken zelf heeft mij meer gemotiveerd dan het posten op Instagram. Het is een banaal gedicht over de herfst van 11 regels, maar ik was daar zo content mee. Ik voelde mij echt opgelucht. Ik had dat account aangemaakt tijdens corona, en ben toen op vraag van vrienden de gedichten beginnen delen. Dat was mooi en fijn, maar ik besefte dat ik een verwachting had gecreëerd, ik was bang om volgers te verliezen als ik een maand niets had gepost, en ik was aan het vergelijken hoeveel likes het ene gedicht kreeg in vergelijking met het andere. Dat was vermoeiend. Maar blijkbaar is die verwachting er niet, want nu heb ik voor het eerst in meer dan 3 maanden een gedicht gepost en de reacties zijn positief. Mensen zeggen gewoon dat ze het een leuk gedicht vinden. Ik heb niet het gevoel dat ze verwachten dat ik volgende maand opnieuw een gedicht schrijf. Nu ben ik trots op mijn gedicht en het kan mij niet schelen hoeveel likes ik krijg.
Vroeger schreef je meer, maar 90 gedichten per jaar is behoorlijk veel.
Ja, misschien was niet alles zo goed, maar ik mis alsnog die mogelijkheid om een wervelwind aan gevoelens die in mij zaten op papier te zetten. Dat frustreert mij ook. Ik zit aan mijn computer en probeer de woorden eruit te krijgen. Soms ben ik erg kritisch, maar dan stel ik mezelf de vraag of ik schrijf voor iemand anders, of wil ik gewoon schrijven. Als het antwoord dat tweede is, dan maakt het niet uit wat eruit komt. En soms is er een dag waar het wel lukt, en waar ik trots ben op het gedicht dat er is uit gekomen.
Je bent dus op een andere manier gaan schrijven.
Ik ben milder voor mezelf. Ik noem het radicale zachtheid. Het was niet alleen op persoonlijk vlak moeilijk, maar ook voor mijn schrijven. Ik ben ooit beginnen schrijven omdat de wereld te veel op mij woog. Het maakte niet uit wie het las. Toen ik besefte dat meer mensen hetzelfde gevoel hebben, of iets in mijn woorden vinden dat ze op hun eigen situatie kunnen toepassen, gaf dat veel voldoening, maar het mag niet het einddoel zijn. Het einddoel is niet om de mening van een ander te dienen. Ik wil terug naar een manier van schrijven waarin ik de wereld een beetje van mijn schouders kan halen, en waarbij het delen een optie is, geen noodzaak. Zodra je aan het delen bent, ontstaat er een verwachting bij mensen, waardoor ik het gevoel krijg dat ik een strategie nodig heb om met schrijven mijn brood te verdienen. Dat leidde ertoe dat ik terugwilde naar de tijd waarin ik niemand iets moest.
Schrijf je nu over andere thema’s dan voordien?
Ja, absoluut. Ik vertrek altijd vanuit mijn persoonlijke ervaringen. Tijdens corona schreef heb ik een hele bundel aan coronagerelateerde poëzie geschreven. Ik heb ook een periode hele luchtige gedichten geschreven over verliefdheid en nieuwe ontmoetingen. De laatste tijd ging het meer over rouw, verlies, de zoektocht naar jezelf en liefdesverdriet. Nu heb ik weer goesting om over lichtheid te schrijven. Ik ben een hopeloze romanticus, dus liefde zal altijd centraal staan. Volgens mijn omgeving zit er altijd een klein beetje zwaarte in, maar ook hoop.
Welke kunstenaars inspireren je op dit moment?
Kae Tempest, altijd. Voor mij is dat het summum van het gevoel dat schrijven kan teweegbrengen. Vorig jaar was ik naar zijn concert in het Rivierenhof gaan kijken. Hij was nog niet op het podium gekomen of ik was al aan het wenen, en ik ben blijven wenen tot hij terug van het podium ging. Alles raakte mij: dat publiek, die woorden, dat gevoel erachter, die oprechtheid, die kwetsbaarheid, dat is iets wat ik zoek in schrijven. Zowel inhoudelijk als ritmisch en wat taalspel betreft kijk ik heel hard op naar hem. Ik heb in de laatste anderhalf jaar gemerkt dat mijn liefde toch bij spoken word zit, maar meer bij spoken word dan bij poetry slam. Een tijd geleden ben ik naar het wereldkampioenschap in Brussel geweest. Dat heeft mij heel hard geraakt, maar het was soms zo heftig dat ik niet wist wat ik ermee moest doen. De spoken word die ik wil schrijven, neigt meer naar die radicale zachtheid waar ik het over heb. Ik luister de laatste tijd ook veel naar Zwangere Guy. Zijn laatste album is net uit en vind ik op verschillende manieren heel goed. Soms zegt hij iets waarbij ik denk ‘ik wou dat ik dat had gevonden’. Brihang vind ik ook heel goed. Voor mij zijn dat op één of andere manier ook schrijvers. Voor de rest ben ik nu veel non-fictie aan het lezen. Misschien dat dat ook wel inspirerend werkt voor het schrijven, maar ze helpen mij groeien als persoon, en als je groeit als persoon, groei je ook als schrijver.
Waar droom je van?
Ik wil er geen termijn op zetten, maar ik heb twee dromen. Ik wil ooit mijn dichtbundel in een boekenwinkel zien staan. Dat mag gebeuren als ik veertig of zeventig ben, maar ik wil mijn eigen dichtbundel kunnen vastpakken. Het tweede is misschien minder realistisch, maar ik zou heel graag een album willen maken met spoken word op muziek, maar dat is een droom waarvan ik niet goed weet hoe ik eraan moet beginnen. Het is veel gemakkelijker om een gedicht op papier te zetten, aan iemand te geven, en te zeggen: ‘Hier, lees het, en als je het goed vindt, druk het af en geef het uit.’ Een album maken is moeilijker. Ik vind dat wat Brihang doet ook nog spoken word te noemen is. Hij heeft ook geen gemakkelijk pad gevolgd. Het is een wereldje waar je eerst moet binnen geraken, zoals in het sociale werkveld.
Is er nog iets dat je wil vertellen?
Ik was op voorhand benieuwd naar wat dit interview zou geven, de vragen en mijn antwoorden. Ik merk dat ik soms emotioneel word, maar ook dat ik nog altijd hou van schrijven, en dat het nog altijd in mij zit.
Dankjewel voor dit gesprek.