14 januari, 2026

Griet Grypdonck over muziek:
'Over de haag kijken is niet altijd genoeg. Soms moet je drie hagen verder kijken.'

Tekst en interview: Tim Thomaes

 

Hoe gaat het met jou?
Goed!

 

Hoe zien je dagen er tegenwoordig uit?
Ik heb in de vakantie echt vakantie genomen. Dat was heel lang geleden, want meestal zijn er dan toch repetities of optredens. Ik had het ook nodig, dus ik heb daarvan geprofiteerd. Maar nu is het alle hens aan dek. Ik ben begeleidster op de academie van Grimbergen, en we zijn nu bezig met het voorbereiden van de projectweek waarin alle klasconcerten doorgaan. Daarnaast contacteer ik ook programmatoren in de hoop dat zij de projecten volgend seizoen willen programmeren. Gisteren werkte ik voor BAKER, en vandaag voor Cézanne, dat is een singer-songwriter band waar ik in speel, waarvoor ik ook mijn secreterasse-pet opzet.

 

Je hebt niet alleen contrabas gestudeerd, maar ook een ander instrument. Klopt dat?
Ja, ik heb eerst klassieke piano gestudeerd.

 

Speel je dat nu nog?

Ik ben pianobegeleider in de klassieke afdeling van de academie. Als bijvoorbeeld een viool-leerling een klasconcert heeft, dan speel ik de pianobegeleiding als ondersteuning. Daarnaast speel ik piano in Vrijstaat Moresnet, een muziektheatervoorstelling van Broder, en binnenkort ook in ‘Een blauwe vogel’, en soms voor specifieke gelegenheden zoals op La Weit, dat zijn huiskamerconcerten die ik samen met Stefan bij mij thuis organiseer. Artiesten kunnen daar iets nieuws uitproberen of een nieuw project voorstellen.


Heb je op een bepaald moment een ingeving gekregen waardoor je toch voor contrabas hebt gekozen?

Mijn zus is op haar vijfde begonnen met viool, bij een leraar in de buurt die aan jonge kinderen lesgaf. Thuis stond een piano en mijn vader speelde, dus ik wilde eigenlijk piano. Maar mijn ouders vonden geen leerkracht voor zo’n jong kind. Toen ik vijf werd, begon ik dus ook maar met viool. Ik bleef vragen om piano, en toen ik zes was, zei mijn vioolleraar: ik leer het je zelf, tot je oud genoeg bent voor de academie. Vanaf dan heb ik altijd de twee gedaan. Aan het einde van mijn middelbaar kreeg piano de bovenhand, en ik ging piano studeren op het conservatorium.

Maar de affiniteit met strijkinstrumenten was er al door die viool. Ik vond de contrabas een heel leuk instrument. Een student Contrabas op het conservatorium zei: onze leraar heeft niet zoveel studenten, vraag eens of je het als bijvak kunt doen. Dat heb ik gedaan, en na mijn pianodiploma ben ik verdergegaan met contrabas.

Ondertussen was ik begonnen als pianobegeleider op de academie, en dat werd te druk om te combineren. Ik ben gestopt met de contrabaslessen. Na een paar jaar was het echt in de vergetelheid geraakt, en ik dacht: dat is zonde. Maar het klassieke contrabas-repertoire inspireerde me niet. Als pianist ben je verwend, er is zoveel om uit te kiezen. Maar weinig grote componisten hebben de moeite hebben genomen om muziek te componeren voor contrabas.

Dus dacht ik: ik schrijf me in voor jazzcontrabas. Jazz vond ik altijd interessant, maar ik had er nooit echt iets mee gedaan. Ik heb een aantal jaren gevolgd bij mijn collega Christophe Devisscher. Na mijn diploma aan de academie wilde ik doorgaan, en ik heb ergens een schop onder mijn gat nodig om te blijven studeren. Dus heb ik me opnieuw ingeschreven op het conservatorium.

 

En zo ben je terechtgekomen bij Dans! Dichter! Dans! als keuzevak. Hoe herinner je je de edities waaraan je hebt meegedaan?

Dat was altijd heel plezant. Vroeger schreef ik zelf ook veel teksten, gewoon voor het plezier. Ik ga graag naar het theater, en ik werk graag samen met schrijvers. Ik vind het fijn om een symbiose te creëren van tekst, performance en muziek. De muziek is vaak heel vrij geïmproviseerd, niet altijd, soms met een akkoordenschema, maar vaak wel. Als je die muziek zonder tekst zou horen, zouden mensen snel denken: wat is dit? En ik denk dat de teksten die experimentele, vrijere muziek richting geven. De performers reageren ook echt op de muziek. Dan krijg je een wisselwerking waarbij de voordracht verandert. Niet de tekst zelf, maar de manier waarop ze het brengen: door iets te herhalen, te versnellen of te vertragen, door ruimte te laten, door een woord een paar keer te zeggen. Die interactie vind ik geweldig, en daar wil ik in mijn eigen project nog meer naar op zoek.

 

Ik vind het altijd boeiend om te horen hoe muzikanten omgaan met improvisatie op gesproken tekst. Ik heb die vraag ook aan Ruben De Maesschalck gesteld. Hij zei dat het altijd gaat om associatie: iemand zegt iets en dat roept een gevoel op. Dan komt er een reactie, een klank. Hoe zie jij dat?
Iemand zit in een bepaalde sfeer en dat roept iets op bij jezelf. Soms kan dat heel ritmisch zijn. Als iemand ritmisch spreekt, kun je in de gaten van dat spreken ritmische dingen spelen, of juist proberen om mee te gaan. Je kunt ook contrapunten zoeken: als iemand plots zwijgt, geef je een antwoord. Of je probeert juist samen te stoppen. Beide hebben hun kracht. En als iets vertraagt, voel je een soort rust in jezelf komen, waardoor je meer melodisch gaat spelen, meer open.

 

Verloopt dat hetzelfde als je repeteert met muzikanten?

Goede vraag. Dat hangt er natuurlijk van af wat je repeteert. Bij spoken word is het vaak echt heel vrij, je kunt doen wat je wilt. Als je repeteert met muzikanten, is het meestal geen vrije improvisatie. Je werkt met een akkoordenschema en een melodie. Bij BAKER was dat ook zo. Maar binnen die grenzen kun je nog steeds vrijheid zoeken, al zal die nooit zo groot zijn als bij vrije improvisatie. Je kunt wel beslissen om veel of weinig te spelen, luid of zacht, om accenten te leggen of een beetje ontwrichtend te spelen, of juist heel strak in de maat. In jazz gebeurt dat sowieso. In traditionele jazz heb je een melodie bij een akkoordenschema. Gewoonlijk wordt dat van begin tot eind gespeeld. Daarna begint het opnieuw, maar zonder de melodie, alleen het akkoordenschema. Dat wordt herhaald en er wordt een solo over gespeeld. De pianist pakt bijvoorbeeld drie schema’s, de gitarist twee. Maar je gaat altijd over datzelfde schema. Je weet wat je moet spelen, ook al ligt er geen noot vast. En in die solo’s kun je de solist vergelijken met de spreker bij spoken word. De solist speelt iets en de rest reageert. Als de solist helemaal losbreekt, gaat de begeleiding daarin mee. Of ze antwoorden bijvoorbeeld met een kort motiefje op iets wat de solit speelt, in plaats van braaf op dezelfde manier te begeleiden. In dat opzicht zijn er veel parallellen.

 

Zie je het als voordeel dat je eerst klassiek hebt gestudeerd, en daarna jazz?

Zeker wel. Ik vind het sowieso verrijkend om beide invloeden te hebben. Het heeft mijn pianospel veranderd, ik ben bewuster van harmonie. Het nadeel is dat ik soms wat vastzit. Ik wilde jazz doen, omdat ik zocht naar vrijheid in het spelen. Bij klassiek moet je gewoon spelen wat er staat. Je interpreteert wel iets, maar de noten liggen vast, daar hoef je niet over na te denken. Door altijd in dat klassieke kader gezeten te hebben denk ik dat het voor mij soms wat moeilijker is om die vrijheid te vinden die je in jazz wel nodig hebt.

Zou je graag een solo-stuk willen componeren?

Ik bewonder mensen die dat kunnen, maar het is niet direct mijn droom. Ik ben veel meer fan van samenspelen dan alleen spelen, omdat het heel hard gaat over verbinding met mensen op het podium en mensen in het publiek. Ik zit even graag zelf in de zaal, en dan voel ik die energie ook. Je voelt dat er iets breekbaars wordt getoond, dat er iets in de weegschaal wordt gelegd, dat iets kan mislopen. Maar het mooie is dat het alsnog gedeeld wordt en dat er een vertrouwensband ontstaat tussen de muzikanten en het publiek. Dat vind ik cruciaal.

Ik vind het trouwens altijd opvallend dat een voorstelling op een podium voor publiek altijd een stap verder gaat dan bij de repetitie. Dan denk ik altijd: ‘ik heb toch mijn best gedaan tijdens de repetities?’ Hoe komt dat dan?

 

Misschien heeft het te maken met een soort van alertheid, een idee dat het nu moet gebeuren, of dat je niet terugkan.
Of ook dat je nog meer in het moment zit, en nog meer in de muziek.

 

Dat denk ik ook wel. Energie in de zaal doet ook iets. Je hoort elk geluidje, bewegingen, maar ook stilte doet iets.

Bij schoolvoorstellingen heb ik meegemaakt dat de regisseur voordat de voorstelling begint de leerlingen aanspreekt. Hij zei dan: ‘Als je in de zetel naar de film aan het kijken bent, maakt het niet uit of je een zak chips opentrekt of op je kop gaat staan. Die film blijft hetzelfde, en wat jij doet heeft daar geen invloed op. Maar dit zijn mensen die voor jullie iets komen brengen op het podium, en alles wat jullie doen, heeft invloed op dat spel. Je mag het goed vinden of slecht, of niet begrijpen, maar dat mag je na de voorstelling pas zeggen.’ Ik vind dat hij dat heel duidelijk maakt. Op een dag was hij er niet, en toen het zaallicht uit ging, werden die kinderen plots wild. Het was gelukt om ze weer stil te krijgen, maar toen voelde je wel dat dat bewustzijn ontbrak.

 

Wat is het slechtste muzikale advies dat je ooit hebt gekregen?

Oei, dat is een moeilijke vraag. Zoiets onthoud je meestal niet. Ik heb wel op een bepaald moment een hele slechte pianoleraar gehad. Die gaf geen slechte adviezen, maar wel heel saai les. Op een bepaald moment heb ik overwogen om te stoppen, maar uiteindelijk heb ik de moed bijeengeraapt en gevraagd of ik bij iemand anders terecht kon. Ik had geluk, want hij ging net met pensioen, en de laatste twee jaren op de academie heb ik dan les kunnen volgen bij Willy Appermont, een ontzettend bevlogen leraar. Waarschijnlijk zal ik ook wel eens slecht advies hebben gehad, maar dat herinner ik me niet meer.

 

Dat verklaart jouw succes waarschijnlijk! Stel, je mag een dag lang een compleet ander instrument bespelen dat je ook technisch beheerst. Welk zou dat dan zijn?
Een hoorn heb ik altijd heel mooi gevonden, maar ik ben absoluut geen blazer. Ik zou het dus nooit beginnen leren, omdat het niet in mij zit, maar als ik in dit fictieve scenario ook zou beheersen, dan wel. Maar er zijn zo veel mooie instrumenten, zoals een alt hobo. Moeilijk kiezen.

Dat zijn wel klassieke instrumenten. Wat denk je van een synth, of andere elektronische muziek?

Ik vind het heel tof om mensen daarmee bezig te zien. Maar dat schrikt mij ook heel erg af, want ik ben niet zo technisch aangelegd. Alleen al de stress dat er iets niet zou werken en je moet gaan zoeken wat er niet werkt. Maar ik vind het heel fascinerend zoals Jozef Dumoulin, geweldig om te zien, die is vergroeid met zijn instrument. Maar er is niks dat mij motiveert om er zelf aan te beginnen.

 

Welk talent dat je nog niet hebt zou je wel willen hebben?

(Denkt lang na) Meer openheid, want ik hang gemakkelijk vast aan wat ik ken. Ik heb veel bewondering voor mensen die echt alles mogelijk achten. Ik denk dan misschien aan drie mogelijkheden, maar sommige mensen zien er tien. Ik weet niet of je dat een talent noemt, maar dat is het eerste waar ik aan denk.

 

Wat zou je nodig hebben om dat mogelijk te maken?

Misschien heeft het te maken met het loslaten van controle. Ik zou meer vertrouwen nodig hebben dat je hoe dan ook wel ergens uitkomt. Niet alleen over de eerste haag kijken, maar drie hagen verder.


Met wie zou je willen samenwerken? Het hoeft niet realistisch te zijn.

Hanne De Backer is iemand die heel open is, en die projecten doet die van de pot gerukt zijn, maar dat is fantastisch. Het lijkt me heel inspirerend om met haar samen te werken! Al zou ik me misschien ook een beetje de zwakke schakel voelen, net omdat die vrijheid bij het spelen niet mijn sterkste kant is.

Misschien heeft het ook te maken met persoonlijkheid. Hanne De Backer heeft trouwens lang geleden ook met Dans! Dichter! Dans! samengespeeld.

Oh, ja? Als het trouwens echt onrealistisch mag: Joey Baron, een jazzdrummer. Die heeft zo’n speelsheid over zich, een soort naïviteit terwijl hij helemaal niet naïef is. Altijd aan het lachen, heel fris, en toch behoudt hij zijn rol als drummer. Hij speelt met zo’n plezier en openheid. Ik denk dat je automatisch anders gaat spelen als je met hem samenwerkt.

 

Wie zijn jouw muzikale helden?

Grigory Sokolov, een pianist die ik nooit wil missen als hij in BOZAR speelt. Intussen een oude man, maar hij speelt zonder veel ‘zjaar’. Hij komt gewoon op, heel nederig, maar met zo’n finesse en poëzie en klankrijkdom. Elke keer weer een warm bad.
En Bill Frisell, een jazzgitarist die enorm veel genres heeft verkend, veel gecomponeerd, soms heel vrij. Ook een ongelooflijke rijkdom van klanken, harmonie, melodie. Hij is ook heel bescheiden. Als je een interview met hem ziet: geen tafelspringer die van alles wil laten zien. Hij kan ook sober spelen, en dat is zo mooi. Het is echt en gemeend. Hij speelt geen noot die hij niet meent.

 

Is er muziek die je pas later bent gaan waarderen?

Als kind vond ik Schubert verschrikkelijk. Maar als je weet waarover een lied gaat, de tekst volgt terwijl je luistert, dan is het fenomenaal wat die componist doet om de tekst uit te beelden in de muziek. Neem een Schubert-lied, vertaal het, en luister met die vertaling erbij. Dan denk je: dit is eigenlijk Dans! Dichter! Dans!

 

Dat brengt me terug bij Lindah, die je via Dans! Dichter! Dans! hebt leren kennen. Je ontmoette haar in 2022 en ondertussen is BAKER ontstaan. Er zat wel een paar jaar tussen die eerste samenwerkingen en je nieuwe project. Vertel eens hoe dat is gelopen?
We hebben via Dans! Dichter! Dans! een paar keer samen gespeeld. Ik vond de teksten toen heel leuk, en haar manier van voordragen inspireerde mij. Er was altijd het idee om samen iets te doen, maar dat bleef altijd vrij vaag. Vorig jaar ontstond uiteindelijk het idee om samen iets te doen voor ‘La Weit’. Maar nog voordat we enig idee hadden van wat we gingen doen, zag ik dat BRODER op zoek was naar projecten om te ondersteunen, en zo kregen we het idee om ineens een projectvoorstel in te dienen. We hebben dan snel gebrainstormd, een plan ingediend, en toen werden we uitgekozen. Toen was het ineens niet meer vrijblijvend.

 

Vertel eens iets over de voorstelling? Waar gaat het over?

Lindah spreekt haar driejarige zelf toe via een brief. Op die leeftijd verhuisde ze van Zambia naar België, en in de brief probeert ze zichzelf te ondersteunen in haar aanpassing. Er komen allerlei situaties in voor die ze heeft meegemaakt, zowel voor haar vertrek als na haar aankomst hier. En ze stelt zichzelf een beetje gerust. Het is niet gemakkelijk. Je bent ontworteld en je moet opnieuw een netwerk opbouwen. Bomen zijn met elkaar verbonden via een ondergronds netwerk van schimmels en paddenstoelen, dat hen helpt gezond te blijven. Als je een boom verplant, is hij dat netwerk plots kwijt. Je plant hem ergens anders en hij moet helemaal opnieuw beginnen.

 

Grappig, je bent de derde persoon in deze interviewreeks die de metafoor van bomen gebruikt.
Het is niet gemakkelijk, want je moet je hele netwerk opnieuw opbouwen. Maar vanaf de eerste dag begin je weer te wortelen. En uiteindelijk zijn we allemaal verbonden. We delen dezelfde grond, dezelfde lucht boven ons. Dat geruststellende proberen we in de voorstelling te laten voelen.

 

Hoe verliep het maakproces?

Lindah schreef de tekst, en ik de muziek. Ik heb andere muzikanten erbij betrokken en samen hebben we twee of drie keer afgesproken om dingen uit te proberen. Het begon met muzikale ideetjes en een keer iets op tekst zetten. Daarna konden we dankzij Broder twee weken repeteren in Arca Theater. In die periode hebben we gezocht naar manieren waarop de structuur van de muziek of de tekst aangepast kon worden; waar in het verhaal er geen muziek hoefde te zijn; of juist meer ruimte mocht innemen. In Arca konden we ook het decor uitwerken. We besloten samen te werken met Erik Bogaerts, die foto’s van boomwortels had gemaakt en die we hebben geprojecteerd. Dit was de eerste keer dat ik echt zo’n eigen muziektheaterproject kon uitvoeren. Ik heb wel kleinschalige projecten gedaan toen ik op het conservatorium zat, maar dit was nu de eerste keer voor echt.

 

En hoe was de première?

Leuk. Heel leuk. Het was spannend. We hebben er twee weken in Arca aan gewerkt. Dus het was echt spannend, maar het was fijn om te doen. En het publiek was enthousiast.

 

Heb je leuke reacties gekregen?
De mensen die kwamen kijken waren natuurlijk vooral bekenden, een dankbaar publiek. Maar er waren toch veel mensen die ontroerd waren. Dat is fijn om te horen, want als je repeteert heb je de tekst uiteindelijk zo vaak gehoord dat je zelf niet goed meer kunt inschatten hoe het overkomt. Dus het was leuk dat verschillende mensen kwamen zeggen dat ze tranen in hun ogen hadden.

 

Wat hoop je dat er nog uit BAKER voortkomt?

Ik ben nu dus bezig met het contacteren van programmatoren, maar het is niet evident om het opnieuw op de planken te krijgen, want we zijn natuurlijk geen bekende namen. Ik hoop dat we ook terecht kunnen bij scholen. Ik denk namelijk dat onze voorstelling heel relevant is in een multiculturele maatschappij. Het is niet alleen voor jongeren die zelf uit een ander land komen. Iedereen kent wel het gevoel van zich ergens de vreemde eend in de bijt te voelen, of van zich ergens niet helemaal thuis te voelen. Iedereen heeft zich weleens ontworteld gevoeld. Ik hoop dat we de voorstelling kunnen brengen voor mensen die zich herkennen in dat gevoel.

 

Tot slot: Lees je graag?

Ja, maar de laatste jaren lees ik minder en minder. Dat frustreert me een beetje, omdat ik er van kan genieten om in een boek te verdwijnen, maar ik ben met zo veel dingen bezig dat ik het moeilijk vind om mezelf onder te dompelen. Na een paar bladzijden krijg ik dan een ingeving van ik moet nog een mail versturen. Terwijl ik het wel heel ontspannend en verrijkend vond.

 

Misschien kunnen we een oproep doen, zodat mensen je tips kunnen geven. Wat vind je leuk om te lezen?

Het boek dat mij de laatste jaren het meest omver heeft geworpen is ‘Mijn lieve gunsteling’ van Lucas Rijneveld, vanwege de taal. Het gaat niet alleen om het verhaal, maar om hoe het geschreven is. Ik heb ook graag Pfeijffer gelezen, totaal andere stijl, maar hij schrijft zo sappig. Een goed verhaal is belangrijk, maar als je weinig tijd hebt is dat niet voldoende. De woorden zelf moeten je meenemen.

 

Bedankt voor dit interview! Wie een boekentip heeft voor Griet, mag het laten weten.

 

Wie nieuwsgierig is naar meer informatie over haar projecten, of wil weten waar en wanneer ze optreedt, kan terecht op www.grietgrypdonck.be