13 december, 2025

Merlijn Gabel over toelaten:
mystiek, muziek en de ruimte tussen woorden

Tekst en interview: Tim Thomaes

 

Ik spreek een week voor Kerstmis af met Merlijn in de koffiebar ‘Clouds in my Coffee’ bij Dampoort in Gent. Merlijn is behalve Dans! Dichter! Dans!-deelnemer ook poetry slam kampioen geweest, en hij is een graag geziene gast op verschillende podia in België.

 

Je bent na Lisa Koo Gautama de tweede schrijver die ik interview met een bijzondere interesse voor bomen. Je bent namelijk ook boomgids in Brussel. Wat is je favoriete boom in die stad?

(Denkt even na.) Je hebt twee haagbeuken naast het Europees Parlement. Die zijn bijzonder, want ze zijn nogal uitgegroeid. Normaal zijn ze geblokt, of in een vorm geknipt. Je ziet hem vaak als boom die als afrastering wordt gebruikt, om aan te geven dat je er niet langs mag. Daar kan die boom verder niks aan doen, en eigenlijk is het best wel een leuke boom. Ik vind het tof dat die daar staan en alsnog uitgroeien. Ze hoeven niet altijd zo gekapt te zijn. Het heeft iets anti-institutioneel, een middelvinger naar mensen die kortgeknipt worden door instituties. Ik heb ooit een quasi-haatgedicht geschreven aan de haagbeuk, de geknipte versie dus. Volgens de Keltische boomhoroscoop ben ik trouwens ook een haagbeuk.

 

Wat betekent het om een haagbeuk te zijn volgens die horoscoop?
Onder andere dat je een vredesbrenger bent. Daar teken ik wel voor in. Ik hoop dat ik dat kan zijn. Je kan in het Rivierenhof in Antwerpen zo’n boomhoroscoop vinden. (Redactie: Haagbeuken zijn vredestichters met een groot aanpassingsvermogen en verlangen naar diepe banden.)

 

Met welke andere projecten ben je tegenwoordig bezig?

Mijn vader heeft een maand geleden te horen gekregen dat hij ongeneeslijk ziek is. Vlak na die diagnose ben ik een week naar Griekenland gegaan. In eerste instantie was het de bedoeling om te werken aan een poëtische boswandeling, maar het voelde niet logisch om daarmee bezig te zijn. Ik ben dus vertrokken vanuit de vraag ‘hoe gaat het’, en ik heb dat als startpunt gebruikt. Ik heb in de maand die volgde 10 gedichten geschreven, wat voor mijn doen extreem veel is. Ik heb een paar gedichten op verschillende podia uitgeprobeerd, en ik merk dat ik dit nu wil vertellen. Ik denk dat ik in een hele creatieve fase zit.

 

Vertel eens iets over die gedichten? Hoe zijn die ontstaan?

Dat is altijd een vraag: hoe ontstaan dingen. Een vriendin zei dat ze de associaties in mijn werk fijn vindt, ik heb dat nu dus meer toegelaten. Er zit altijd iets in. Gekkigheid soms. Vanuit die vraag ‘hoe gaat het’, ben ik vrij beginnen associëren. Daar zijn toch coherente teksten uitgekomen waar veel humor in zit, en tegelijk raken ze aan heel veel essentiële levensvragen. Deze manier van werken erin helpt emoties een plek te geven, waardoor het makkelijker is om bijvoorbeeld met dat verdriet rondom mijn pa om te gaan. Dat is dus het resultaat van ergens met een boek te zitten; ontspannen en tijd maken; jezelf de vraag stellen ‘wat is het vandaag’; en dan voelen wat de tekst is die ik wil maken. Op dit moment is dat de manier, maar dat is niet altijd zo geweest.

 

Hoe was het om die gedichten op een podium te brengen?

De meer persoonlijke gedichten heb ik niet voor een groot publiek gebracht. Op mijn verjaardag heb ik wel iets gebracht dat over mijn ouders ging. Dat was spannend, want ze luisterden ook, maar ook bijzonder. Ik voelde daar meer dan anders dat ik vanuit die rol en positie iets kan zeggen wat anders misschien onuitgesproken zou blijven. Ik weet niet of ze ook op andere podia passen, maar ze hebben wel bestaansrecht. Het zijn vrij funny gedichten, dus misschien werkt het ook.


Hoe was dat voor jou, om hun reactie te zien?

Ze moesten allebei huilen. Voor mijn moeder was het ook bijzonder, ze herkende veel van zichzelf.

 

Hebben je ouders je geïnspireerd als schrijver?

Mijn moeder bracht soms wel een stukjes op huwelijken, maar ik heb het meeste zelf uitgezocht. Ik woonde in een klein dorp, zat in een voetbalteam en deelde stukjes die ik daarover schreef: ‘de avonturen van het voetbalteam’. Ik was 17 en dat voelde heel logisch. Een jaar of 8 geleden, vlak voor ik had bedacht dat ik iets met poëzie wilde gaan doen, schreef ik een gedicht over mijn vader. Eten was een belangrijk ding bij ons thuis, dus ik schreef iets over mijn vader die altijd kookt. Ik herinner me dat als een bijzonder moment waarop ik iets bracht dat van mezelf was.

 

Ik zag dat je in 2019 een paper hebt geschreven met de titel ‘wonde(r)’ over stigmata in kunst. Waar kwam of komt die interesse voor mystiek vandaan?

Ik ben Mormoons opgevoed van mijn achtste tot mijn achttiende. Dat is een kerkgemeenschap die uit de VS komt en in Nederland en België zijn er niet zo veel. Het is een kleine, maar hechte gemeenschap. Een bijzonder kenmerk van die gemeenschap is dat je één keer per maand op zondag tijdens een getuigenisdienst iets vertelt over je persoonlijke relatie tot God. Die ervaring van samen iets delen en onbevooroordeeld zijn is ook mystiek. Ik denk dat ik daar wel iets van heb meegenomen in hoe ik op het podium sta. Ik hou ook wel van het idee dat andere mensen op zoek zijn naar mystiek in hun leven, in verschillende vormen. Spoken word is voor mij een plek waar mystiek kan zijn. Ik vind het terug in het gemeenschappelijke, maar je kan het ook op persoonlijk niveau vinden.

 

Hoe verhoudt dat geloof zich tot je huidige leven?

Mijn ouders waren bekeerd toen ik 8 was, maar hebben me altijd vrij gelaten om te doen wat ik wilde. Ze hebben er nooit een strijdpunt van gemaakt, omdat zij er zelf ook met hun ouders over hebben moeten strijden. Maar het blijft voor mij nog wel een lens waardoor ik naar spoken word kijk. Iedereen kan een microfoon oppakken en iets vertellen over hoe ze in de wereld staan. Daar zit ook activisme in.

 

Je werkt voor Tracé Brussel vzw, waar je jongeren met een moeilijk te overbruggen afstand tot de arbeidsmarkt aan werk helpt. Zie je jezelf ook als dichter die tegen sociale ongelijkheid strijdt?

Ja, maar het is ook een onderdeel van mijn persoonlijkheid. En ik heb geschiedenis gestudeerd, waardoor ik het gevoel heb dat ik vanuit mijn kader vrij veel waarneem van wat er gebeurt in de wereld. Ik vind het logisch om dat dan te benoemen, ook op het podium. Tegelijkertijd denk ik dat mensen zich niet snel door mij voelen aangevallen. Er zijn andere dichters die een nog hardere spiegel voorhouden.

 

Er kleeft misschien een soort zachtheid aan je, op het podium kan dat ook werken.

Ja, mensen vinden mij ook wel grappig op het podium. Dat is het niet altijd, maar toch vaak. De boodschap is vaak wel dezelfde, maar mijn vorm is inderdaad anders. Daarmee wil ik trouwens alleen iets zeggen over mezelf, want ik bewonder de manieren waarop anderen activistisch zijn.

 

Heb je wel eens weerstand gekregen vanwege iets dat je zei op het podium?

Nee, verrassend weinig. Ik heb eens een middelvinger opgestoken naar een minister die voor mij stond. Ik zei als ik een haagbeuk was, had ik de vorm van een afgekapte middelvinger, en ik beeldde de tekst uit. Op dat moment klopte dat. Het was onderdeel van het gedicht, het was ergens in verpakt, als een bredere systeemaanklacht. Het ging niet per sé om die minister. Ik twijfelde wel of ik het moest doen, want het kan wel gevolgen hebben, maar naar mijn weten heb ik daar nooit last van gehad. Ik denk dat dat ook te maken heeft met mijn sociale positie als witte man. Als ik iets zeg, voelt dat anders dan als iemand anders iets zegt. Ik kan me wel voorstellen dat het anders loopt, zoals bij Hind Eljadid, die werd opgepakt toen ze aandacht vroeg voor de genocide in Palestina, maar bij mij liep het dus goed af.

 

Ervaar je de podia waar je optreedt als safe spaces?

Niet per sé. Dat podium was op een open evenement met ministers. Maar 95% van de plekken waar ik kom ervaar ik wel als een safe space. Het enige waar ik wel eens commentaar op krijg, is dat ik Nederlander ben. Dan maken mensen daar grappen over, of ze doen me na. Ik vind dat vervelend, want vaak gaat dat om een negatief stereotype, maar dat kan op elk podium gebeuren.  Soms glijdt het van me af, en soms raakt het me.

 

Hoe kijk je terug op je deelname aan Dans! Dichter! Dans!?

Op een manier was dat een droom die uitkwam. Ik vind de combinatie van poëzie met muziek zo krachtig. Voor mij is poëzie ook iets dansbaars, en ik merk dat er niet vaak voor wordt gekozen om poëzie dansbaar te maken. Dat vind ik best jammer. Het thema was ‘feest’, en er was ook echt een dikke beat. Het was echt een knaleditie. Het is ook bijzonder om er contacten aan over te houden, zoals Maité, Francesca en Mira. We hebben daardoor een band gekregen. Ik zou ook nog graag iets willen doen in het genre van spoken word dat we daar brachten. In het begin van 2025 heb ik opnieuw zoiets mogen doen met Lindah Leah (MiSoSi) in de Kopergietery. Het resultaat was anders, maar het idee erachter was enigszins vergelijkbaar. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik daar opnieuw iets mee wil doen, maar ik ben nog aan het zoeken hoe.

 

Wat heb je precies gedaan in de Kopergietery?

Het principe was ongeveer hetzelfde. Ik sprak af met 3 muzikanten, stuurde mijn teksten door en vertelde wat ik verwachtte van de muziek. Dan hebben we een half uurtje geoefend, en daarna twee keer een performance van 10 minuten gebracht. Het ging ook wat sneller, omdat ik al door Dans! Dichter! Dans! was gegaan en beter begreep hoe zoiets kan werken. Het bijzondere was dat mijn stem helemaal veranderde. Er ging iets open in mijn stem. Dat werkte supergoed. Ik kon uit een ander deel van mijn lichaam spreken, waar ik normaal niet bij kan.

 

Klinkt als iets dat je vaker wil doen?
Ja, maar dat is moeilijk om te regelen.

 

Dus je zoekt eigenlijk muzikanten?

In essentie wel ja, en ik zoek ook wat ik dan wil zeggen. Boomgedichten zijn tof in een bos, maar dat is niet per sé muziek. Misschien zit het wel in de poëzie die ik heb gemaakt in Griekenland. Met mijn verjaardag ben ik wat gaan jammen met vrienden, en toen voelde ik dat daar muziek in zat. Misschien is dit het moment, maar ik weet het nog niet zeker. Ik zoek de juiste persoon op de juiste plek.

 

Wat was je favoriete moment op een podium?

Als je als poëzierockster op het podium kan staan zoals bij Dans! Dichter! Dans! of de Kopergietery is dat wel top. Daarnaast heb ik recentelijk twee bijzonder leuke ervaringen gehad. De eerste was ergens in de buurt van Lokeren op een evenement met workshops. Het ging over de omgang met natuur. Er was een pizza-oven, er was een bank gebouwd rondom een kale linde, en er waren filosofen. Ik mocht daar poëzie brengen voor een publiek dat veel wist over natuur, maar geen benul had van poëzie. Ik voelde dat er iets in hen open ging, dat ze iets nieuws hadden ontdekt. Het was een hele warme community waar ik hele leuke gesprekken heb gehad. Ik heb nadien met iemand een boswandeling gemaakt die is gespecialiseerd in zwammen. Ik heb daar veel van geleerd en ben dankbaar dat ik er deel van mocht zijn.

Een andere vergelijkbare ervaring had ik recent in Dendermonde, bij een poëzieavond die werd georganiseerd door Blue Ocean vzw. Het publiek was van kleur, en er waren ook veel artiesten van kleur. Het concept van een poëzieavond was nieuw voor hen, maar ze gaven me het gevoel dat ik veel ruimte kreeg om er iets van mezelf te delen. Ik heb gedichten gebracht die over sociale ongelijkheid gingen, maar ook nieuwe gedichten over mijn vader. Voor veel mensen waren dat momenten van herkenning, dat ik woorden gaf aan hun gevoelens. Dat was heel bijzonder en dankbaar.

 

Zie je spoken word als het genre waar je vooral in actief wil blijven, of zie je het ook als mogelijke opstap naar een boekpublicatie?

Ik denk dat spoken word, het samen delen en naar elkaar luisteren, heel aanwezig gaat blijven. Het is een hele fijne scene waarin mensen elkaar supporteren. Ik vind het logisch om daar iets te blijven doen. Ik weet niet of hetgeen ik maak de vorm van een boek moet krijgen. Liever een plaat. Ik luister het liever dan dat ik het lees. Als ik poëzie kan horen, dan kies ik daarvoor.

 

Hoe verhoudt dat zich tot de geschreven traditie van poëzie?

Poëzie voordragen is volgens mij een universeel gegeven, en iedereen doet dat op een andere manier. Mensen begrijpen dat meteen, ook als ze spoken word als concept niet kennen. Omdat ik in Brussel woon en werk, speel ik vaak op plekken waar een taalbarrière is, maar zelfs dan kun je via poëzie iets overbrengen.

 

Welk kunstwerk heeft je onlangs geïnspireerd?

Ik was vorige week in het Felixmuseum in Rotterdam, dat is het migratiemuseum. Ik was er met mijn vader, moeder en zus. We hebben een geschiedenis van migratie in onze familie. Mijn opa en oma zijn geboren in Nederlands Indië, en zelf ben ik ook gemigreerd naar België. Er was een zaal met foto’s van mensen die afscheid namen en elkaar weer terugzagen, mensen die zich verstoppen voor politie, dat soort dingen. Als je daar rondliep, werd je constant geconfronteerd met al die verhalen en mensen. Dat kwam heel dichtbij. Ik heb wel een paar traantjes weggepinkt. Er was ook een foto van een soldaat die vertrok naar het front in Oekraïne en huilde op het moment dat hij afscheid nam. Ik kan dat heel goed invullen. Heel het museum is indrukwekkend. Er is veel ruimte voor verhalen over migratie die niet worden verteld, omdat ze vaak onzichtbaar zijn, of op de achtergrond blijven.

 

Luister je naar muziek tijdens het schrijven?

Ja, maar niet altijd. Ik heb ook een speciale playlist die ik luister als ik vast zit, daar zitten nummers in waar poëzie op muziek is gezet. Ik kan geen noten lezen, geen maat houden, niet op de maat klappen, maar dat hoeft helemaal niet, omdat er andere dingen zijn waarop tekst en muziek samen kunnen gaan.

Ik luisterde onlangs naar een podcast waarin de nakomelingen van tot-slaaf-gemaakten in Suriname in gesprek gingen met de nakomelingen van de plantagehouders. Ze vertelden dat er toen elk jaar een week lang door de tot-slaaf-gemaakten werd gefeest. Dan werd er heel de week muziek gespeeld en een mantra herhaald waarop iedereen danste. Enkel de combinatie van trommels en zo’n mantra was genoeg voor catharsis. Ik heb daar zelf geen onderzoek naar gedaan, en ik weet niet wat het echt betekent, maar ik vond het een mooi beeld van hoe tekst en muziek samen kunnen gaan.

 

Dankjewel voor dit interview!

 

Op het moment van publicatie heeft Merlijn een muzikant gevonden. Ze spelen onder de naam ‘Limbisch Systeem. HYPPPE.’

 

Merlijn deelde na afloop ook enkele nummers uit zijn playlist waarover hij het had. Je vindt die hieronder.

Tekst en interview: Tim Thomaes

Ik spreek een week voor Kerstmis af met Merlijn in de koffiebar ‘Clouds in my Coffee’ bij Dampoort in Gent. Merlijn is behalve Dans! Dichter! Dans!-deelnemer ook poetry slam kampioen geweest, en hij is een graag geziene gast op verschillende podia in België.

 

Je bent na Lisa Koo Gautama de tweede schrijver die ik interview met een bijzondere interesse voor bomen. Je bent namelijk ook boomgids in Brussel. Wat is je favoriete boom in die stad?

(Denkt even na.) Je hebt twee haagbeuken naast het Europees Parlement. Die zijn bijzonder, want ze zijn nogal uitgegroeid. Normaal zijn ze geblokt, of in een vorm geknipt. Je ziet hem vaak als boom die als afrastering wordt gebruikt, om aan te geven dat je er niet langs mag. Daar kan die boom verder niks aan doen, en eigenlijk is het best wel een leuke boom. Ik vind het tof dat die daar staan en alsnog uitgroeien. Ze hoeven niet altijd zo gekapt te zijn. Het heeft iets anti-institutioneel, een middelvinger naar mensen die kortgeknipt worden door instituties. Ik heb ooit een quasi-haatgedicht geschreven aan de haagbeuk, de geknipte versie dus. Volgens de Keltische boomhoroscoop ben ik trouwens ook een haagbeuk.

 

Wat betekent het om een haagbeuk te zijn volgens die horoscoop?
Onder andere dat je een vredesbrenger bent. Daar teken ik wel voor in. Ik hoop dat ik dat kan zijn. Je kan in het Rivierenhof in Antwerpen zo’n boomhoroscoop vinden. (Redactie: Haagbeuken zijn vredestichters met een groot aanpassingsvermogen en verlangen naar diepe banden.)

 

Met welke andere projecten ben je tegenwoordig bezig?

Mijn vader heeft een maand geleden te horen gekregen dat hij ongeneeslijk ziek is. Vlak na die diagnose ben ik een week naar Griekenland gegaan. In eerste instantie was het de bedoeling om te werken aan een poëtische boswandeling, maar het voelde niet logisch om daarmee bezig te zijn. Ik ben dus vertrokken vanuit de vraag ‘hoe gaat het’, en ik heb dat als startpunt gebruikt. Ik heb in de maand die volgde 10 gedichten geschreven, wat voor mijn doen extreem veel is. Ik heb een paar gedichten op verschillende podia uitgeprobeerd, en ik merk dat ik dit nu wil vertellen. Ik denk dat ik in een hele creatieve fase zit.

 

Vertel eens iets over die gedichten? Hoe zijn die ontstaan?

Dat is altijd een vraag: hoe ontstaan dingen. Een vriendin zei dat ze de associaties in mijn werk fijn vindt, ik heb dat nu dus meer toegelaten. Er zit altijd iets in. Gekkigheid soms. Vanuit die vraag ‘hoe gaat het’, ben ik vrij beginnen associëren. Daar zijn toch coherente teksten uitgekomen waar veel humor in zit, en tegelijk raken ze aan heel veel essentiële levensvragen. Deze manier van werken erin helpt emoties een plek te geven, waardoor het makkelijker is om bijvoorbeeld met dat verdriet rondom mijn pa om te gaan. Dat is dus het resultaat van ergens met een boek te zitten; ontspannen en tijd maken; jezelf de vraag stellen ‘wat is het vandaag’; en dan voelen wat de tekst is die ik wil maken. Op dit moment is dat de manier, maar dat is niet altijd zo geweest.

 

Hoe was het om die gedichten op een podium te brengen?

De meer persoonlijke gedichten heb ik niet voor een groot publiek gebracht. Op mijn verjaardag heb ik wel iets gebracht dat over mijn ouders ging. Dat was spannend, want ze luisterden ook, maar ook bijzonder. Ik voelde daar meer dan anders dat ik vanuit die rol en positie iets kan zeggen wat anders misschien onuitgesproken zou blijven. Ik weet niet of ze ook op andere podia passen, maar ze hebben wel bestaansrecht. Het zijn vrij funny gedichten, dus misschien werkt het ook.

Hoe was dat voor jou, om hun reactie te zien?

Ze moesten allebei huilen. Voor mijn moeder was het ook bijzonder, ze herkende veel van zichzelf.

 

Hebben je ouders je geïnspireerd als schrijver?

Mijn moeder bracht soms wel een stukjes op huwelijken, maar ik heb het meeste zelf uitgezocht. Ik woonde in een klein dorp, zat in een voetbalteam en deelde stukjes die ik daarover schreef: ‘de avonturen van het voetbalteam’. Ik was 17 en dat voelde heel logisch. Een jaar of 8 geleden, vlak voor ik had bedacht dat ik iets met poëzie wilde gaan doen, schreef ik een gedicht over mijn vader. Eten was een belangrijk ding bij ons thuis, dus ik schreef iets over mijn vader die altijd kookt. Ik herinner me dat als een bijzonder moment waarop ik iets bracht dat van mezelf was.

 

Ik zag dat je in 2019 een paper hebt geschreven met de titel ‘wonde(r)’ over stigmata in kunst. Waar kwam of komt die interesse voor mystiek vandaan?

Ik ben Mormoons opgevoed van mijn achtste tot mijn achttiende. Dat is een kerkgemeenschap die uit de VS komt en in Nederland en België zijn er niet zo veel. Het is een kleine, maar hechte gemeenschap. Een bijzonder kenmerk van die gemeenschap is dat je één keer per maand op zondag tijdens een getuigenisdienst iets vertelt over je persoonlijke relatie tot God. Die ervaring van samen iets delen en onbevooroordeeld zijn is ook mystiek. Ik denk dat ik daar wel iets van heb meegenomen in hoe ik op het podium sta. Ik hou ook wel van het idee dat andere mensen op zoek zijn naar mystiek in hun leven, in verschillende vormen. Spoken word is voor mij een plek waar mystiek kan zijn. Ik vind het terug in het gemeenschappelijke, maar je kan het ook op persoonlijk niveau vinden.

 

Hoe verhoudt dat geloof zich tot je huidige leven?

Mijn ouders waren bekeerd toen ik 8 was, maar hebben me altijd vrij gelaten om te doen wat ik wilde. Ze hebben er nooit een strijdpunt van gemaakt, omdat zij er zelf ook met hun ouders over hebben moeten strijden. Maar het blijft voor mij nog wel een lens waardoor ik naar spoken word kijk. Iedereen kan een microfoon oppakken en iets vertellen over hoe ze in de wereld staan. Daar zit ook activisme in.

 

Je werkt voor Tracé Brussel vzw, waar je jongeren met een moeilijk te overbruggen afstand tot de arbeidsmarkt aan werk helpt. Zie je jezelf ook als dichter die tegen sociale ongelijkheid strijdt?

Ja, maar het is ook een onderdeel van mijn persoonlijkheid. En ik heb geschiedenis gestudeerd, waardoor ik het gevoel heb dat ik vanuit mijn kader vrij veel waarneem van wat er gebeurt in de wereld. Ik vind het logisch om dat dan te benoemen, ook op het podium. Tegelijkertijd denk ik dat mensen zich niet snel door mij voelen aangevallen. Er zijn andere dichters die een nog hardere spiegel voorhouden.

 

Er kleeft misschien een soort zachtheid aan je, op het podium kan dat ook werken.

Ja, mensen vinden mij ook wel grappig op het podium. Dat is het niet altijd, maar toch vaak. De boodschap is vaak wel dezelfde, maar mijn vorm is inderdaad anders. Daarmee wil ik trouwens alleen iets zeggen over mezelf, want ik bewonder de manieren waarop anderen activistisch zijn.

 

Heb je wel eens weerstand gekregen vanwege iets dat je zei op het podium?

Nee, verrassend weinig. Ik heb eens een middelvinger opgestoken naar een minister die voor mij stond. Ik zei als ik een haagbeuk was, had ik de vorm van een afgekapte middelvinger, en ik beeldde de tekst uit. Op dat moment klopte dat. Het was onderdeel van het gedicht, het was ergens in verpakt, als een bredere systeemaanklacht. Het ging niet per sé om die minister. Ik twijfelde wel of ik het moest doen, want het kan wel gevolgen hebben, maar naar mijn weten heb ik daar nooit last van gehad. Ik denk dat dat ook te maken heeft met mijn sociale positie als witte man. Als ik iets zeg, voelt dat anders dan als iemand anders iets zegt. Ik kan me wel voorstellen dat het anders loopt, zoals bij Hind Eljadid, die werd opgepakt toen ze aandacht vroeg voor de genocide in Palestina, maar bij mij liep het dus goed af.

 

Ervaar je de podia waar je optreedt als safe spaces?

Niet per sé. Dat podium was op een open evenement met ministers. Maar 95% van de plekken waar ik kom ervaar ik wel als een safe space. Het enige waar ik wel eens commentaar op krijg, is dat ik Nederlander ben. Dan maken mensen daar grappen over, of ze doen me na. Ik vind dat vervelend, want vaak gaat dat om een negatief stereotype, maar dat kan op elk podium gebeuren.  Soms glijdt het van me af, en soms raakt het me.

 

Hoe kijk je terug op je deelname aan Dans! Dichter! Dans!?

Op een manier was dat een droom die uitkwam. Ik vind de combinatie van poëzie met muziek zo krachtig. Voor mij is poëzie ook iets dansbaars, en ik merk dat er niet vaak voor wordt gekozen om poëzie dansbaar te maken. Dat vind ik best jammer. Het thema was ‘feest’, en er was ook echt een dikke beat. Het was echt een knaleditie. Het is ook bijzonder om er contacten aan over te houden, zoals Maité, Francesca en Mira. We hebben daardoor een band gekregen. Ik zou ook nog graag iets willen doen in het genre van spoken word dat we daar brachten. In het begin van 2025 heb ik opnieuw zoiets mogen doen met Lindah Leah (MiSoSi) in de Kopergietery. Het resultaat was anders, maar het idee erachter was enigszins vergelijkbaar. Ik heb nog steeds het gevoel dat ik daar opnieuw iets mee wil doen, maar ik ben nog aan het zoeken hoe.

 

Wat heb je precies gedaan in de Kopergietery?

Het principe was ongeveer hetzelfde. Ik sprak af met 3 muzikanten, stuurde mijn teksten door en vertelde wat ik verwachtte van de muziek. Dan hebben we een half uurtje geoefend, en daarna twee keer een performance van 10 minuten gebracht. Het ging ook wat sneller, omdat ik al door Dans! Dichter! Dans! was gegaan en beter begreep hoe zoiets kan werken. Het bijzondere was dat mijn stem helemaal veranderde. Er ging iets open in mijn stem. Dat werkte supergoed. Ik kon uit een ander deel van mijn lichaam spreken, waar ik normaal niet bij kan.

 

Klinkt als iets dat je vaker wil doen?
Ja, maar dat is moeilijk om te regelen.

 

Dus je zoekt eigenlijk muzikanten?

In essentie wel ja, en ik zoek ook wat ik dan wil zeggen. Boomgedichten zijn tof in een bos, maar dat is niet per sé muziek. Misschien zit het wel in de poëzie die ik heb gemaakt in Griekenland. Met mijn verjaardag ben ik wat gaan jammen met vrienden, en toen voelde ik dat daar muziek in zat. Misschien is dit het moment, maar ik weet het nog niet zeker. Ik zoek de juiste persoon op de juiste plek.

 

Wat was je favoriete moment op een podium?

Als je als poëzierockster op het podium kan staan zoals bij Dans! Dichter! Dans! of de Kopergietery is dat wel top. Daarnaast heb ik recentelijk twee bijzonder leuke ervaringen gehad. De eerste was ergens in de buurt van Lokeren op een evenement met workshops. Het ging over de omgang met natuur. Er was een pizza-oven, er was een bank gebouwd rondom een kale linde, en er waren filosofen. Ik mocht daar poëzie brengen voor een publiek dat veel wist over natuur, maar geen benul had van poëzie. Ik voelde dat er iets in hen open ging, dat ze iets nieuws hadden ontdekt. Het was een hele warme community waar ik hele leuke gesprekken heb gehad. Ik heb nadien met iemand een boswandeling gemaakt die is gespecialiseerd in zwammen. Ik heb daar veel van geleerd en ben dankbaar dat ik er deel van mocht zijn.

Een andere vergelijkbare ervaring had ik recent in Dendermonde, bij een poëzieavond die werd georganiseerd door Blue Ocean vzw. Het publiek was van kleur, en er waren ook veel artiesten van kleur. Het concept van een poëzieavond was nieuw voor hen, maar ze gaven me het gevoel dat ik veel ruimte kreeg om er iets van mezelf te delen. Ik heb gedichten gebracht die over sociale ongelijkheid gingen, maar ook nieuwe gedichten over mijn vader. Voor veel mensen waren dat momenten van herkenning, dat ik woorden gaf aan hun gevoelens. Dat was heel bijzonder en dankbaar.

 

Zie je spoken word als het genre waar je vooral in actief wil blijven, of zie je het ook als mogelijke opstap naar een boekpublicatie?

Ik denk dat spoken word, het samen delen en naar elkaar luisteren, heel aanwezig gaat blijven. Het is een hele fijne scene waarin mensen elkaar supporteren. Ik vind het logisch om daar iets te blijven doen. Ik weet niet of hetgeen ik maak de vorm van een boek moet krijgen. Liever een plaat. Ik luister het liever dan dat ik het lees. Als ik poëzie kan horen, dan kies ik daarvoor.

 

Hoe verhoudt dat zich tot de geschreven traditie van poëzie?

Poëzie voordragen is volgens mij een universeel gegeven, en iedereen doet dat op een andere manier. Mensen begrijpen dat meteen, ook als ze spoken word als concept niet kennen. Omdat ik in Brussel woon en werk, speel ik vaak op plekken waar een taalbarrière is, maar zelfs dan kun je via poëzie iets overbrengen.

 

Welk kunstwerk heeft je onlangs geïnspireerd?

Ik was vorige week in het Felixmuseum in Rotterdam, dat is het migratiemuseum. Ik was er met mijn vader, moeder en zus. We hebben een geschiedenis van migratie in onze familie. Mijn opa en oma zijn geboren in Nederlands Indië, en zelf ben ik ook gemigreerd naar België. Er was een zaal met foto’s van mensen die afscheid namen en elkaar weer terugzagen, mensen die zich verstoppen voor politie, dat soort dingen. Als je daar rondliep, werd je constant geconfronteerd met al die verhalen en mensen. Dat kwam heel dichtbij. Ik heb wel een paar traantjes weggepinkt. Er was ook een foto van een soldaat die vertrok naar het front in Oekraïne en huilde op het moment dat hij afscheid nam. Ik kan dat heel goed invullen. Heel het museum is indrukwekkend. Er is veel ruimte voor verhalen over migratie die niet worden verteld, omdat ze vaak onzichtbaar zijn, of op de achtergrond blijven.

 

Luister je naar muziek tijdens het schrijven?

Ja, maar niet altijd. Ik heb ook een speciale playlist die ik luister als ik vast zit, daar zitten nummers in waar poëzie op muziek is gezet. Ik kan geen noten lezen, geen maat houden, niet op de maat klappen, maar dat hoeft helemaal niet, omdat er andere dingen zijn waarop tekst en muziek samen kunnen gaan.

Ik luisterde onlangs naar een podcast waarin de nakomelingen van tot-slaaf-gemaakten in Suriname in gesprek gingen met de nakomelingen van de plantagehouders. Ze vertelden dat er toen elk jaar een week lang door de tot-slaaf-gemaakten werd gefeest. Dan werd er heel de week muziek gespeeld en een mantra herhaald waarop iedereen danste. Enkel de combinatie van trommels en zo’n mantra was genoeg voor catharsis. Ik heb daar zelf geen onderzoek naar gedaan, en ik weet niet wat het echt betekent, maar ik vond het een mooi beeld van hoe tekst en muziek samen kunnen gaan.

 

Dankjewel voor dit interview!

 

Op het moment van publicatie heeft Merlijn een muzikant gevonden. Ze spelen onder de naam ‘Limbisch Systeem. HYPPPE.’

 

Merlijn deelde na afloop ook enkele nummers uit zijn playlist waarover hij het had. Je vindt die hiernaast.